Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: Parochiekerk Sint-Eligius en pastorie

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Uitgeverij: Onroerend Erfgoed

Website: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/7642

Citaten

In 1888 werd Jozefus Laurentius Karsseleers, onderpastoor van de Sint-Laurentiusparochie, aangesteld om een parochie te stichten in de Antwerpse Stuivenbergwijk. De jonge onderpastoor begon vol enthousiasme aan zijn taak en startte met de bouw van een kapel. De aankoop van de grond werd bekostigd door de kerkfabriek van de Sint-Willibrordusparochie, die via een hulpcomité van heren en één van dames (de "Dames de la Charité" in 1844 gesticht onder impuls van de familie Teichmann en waarvan Betsy Belpaire-Teichmann tot 1900 voorzitster was?) de nodige gelden inzamelde.

Architect H. Thielens trad op als bouwmeester en in augustus 1889 werd de kapel ingezegend. Deze voorlopige kapel lag oostwaarts van de huidige kerk, ter hoogte van het parochiecentrum, dat in 1966 werd opgericht; van de voorlopige kapel bleef niets bewaard. De pastorie, eveneens naar ontwerp van H. Thielens, dateert ook van 1889.

Het Sint-Eligius Gesticht - thans het Sint-Eligiusinstituut / Scheppersinstituut aan de Van Helmontstraat - waarvan de stichting door de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid, alias Broeders van Scheppers, opklimt tot 1894.

Pastoor Karsseleers, die het werk van de Sint-Lucasschool te Gent kende, achtte het van groot nut om in zijn parochie een zelfde initiatief te nemen. Waarschijnlijk leerde hij de school kennen via de familie Belpaire, die voordien al betrokken was geweest bij een poging tot oprichting van een Sint-Lucasschool in Borgerhout, waarvoor contacten waren gelegd met Arthur Verhaegen en Jean-Baptiste Bethune. Pas wanneer de Broeders van de Christelijke Scholen hun medewerking hadden toegezegd, kon deze school op 18 november 1894 haar deuren openen en werden de avondlessen gestart.

In "Leven van Z.E.H. Karsseleers 1853-1927" lezen we: "[...] onder de bezielende leiding van Z.E.H. Pastoor en de Eerw. Broeders Claudius, Valentin en Isidoor, alsmede bouwmeester Coomans, en Eerw. Heer Wabbes, onderpastoor, bereikte deze school weldra een hoogen bloei. Meer dan 180 werklieden, kunstenaars, studenten, alsmede vele soldaten van het Antwerpse garnizoen, volgden er regelmatig de kursussen." Geldschieter voor de oprichting zou de familie Belpaire geweest zijn. Tot wanneer deze (avond)lessen zouden gegeven zijn wordt niet vermeld.

De voorlopige kerk werd stilaan te klein en in 1896 werd besloten een nieuwe kerk te bouwen. In 1889 telde de parochie nog 11.000 inwoners, in 1898 al 17.584. De grond aan de Familiestraat werd geschonken door de familie Heirmann en Jules Coomans aangesteld als architect. In zitting van 24 maart 1900 keurde de Koninklijke Raad voor Kunstgebouwen de bouwplannen goed. De openbare aanbesteding greep plaats op 7 juni 1903; de uitvoering werd aan aannemer Aimé Hesbain gegund voor de prijs van 362.490 frank. De eerstesteenlegging gebeurde op 10 augustus 1903 en de hoeksteenlegging op 1 december 1903. Het koninklijk besluit voor de bouw dateert van 14 augustus 1903. Financiële steun kwam er van de staat, de provincie, de stad en de Raffaisenkas. Hierdoor kon de bouw van de kerk op één jaar worden voltooid. De plechtige inzegening vond plaats op 30 mei 1905. De volledige binnenafwerking was pas circa 1920 voltooid.

De voorlopige kerk werd stilaan te klein en in 1896 werd besloten een nieuwe kerk te bouwen. In 1889 telde de parochie nog 11.000 inwoners, in 1898 al 17.584. De grond aan de Familiestraat werd geschonken door de familie Heirmann en Jules Coomans aangesteld als architect. In zitting van 24 maart 1900 keurde de Koninklijke Raad voor Kunstgebouwen de bouwplannen goed. De openbare aanbesteding greep plaats op 7 juni 1903; de uitvoering werd aan aannemer Aimé Hesbain gegund voor de prijs van 362.490 frank. De eerstesteenlegging gebeurde op 10 augustus 1903 en de hoeksteenlegging op 1 december 1903. Het koninklijk besluit voor de bouw dateert van 14 augustus 1903. Financiële steun kwam er van de staat, de provincie, de stad en de Raffaisenkas. Hierdoor kon de bouw van de kerk op één jaar worden voltooid. De plechtige inzegening vond plaats op 30 mei 1905. De volledige binnenafwerking was pas circa 1920 voltooid.

Neogotisch praalgraf voor Constance Teichmann - begraven op het Sint-Fredeganduskerkhof in Deurne - door Aloïs De Beule, geplaatst in de oostelijke transeptarm; het koninklijk besluit voor de oprichting dateert van 26 november 1906, de onthulling van 10 augustus 1908 en de plechtige inhuldiging van 4 april 1915.

Constance Teichmann (1824-1896), dochter van de eerste Antwerpse gouverneur Theodoor Teichmann, is bekend als weldoenster, stichteres van het kinderziekenhuis Louise-Marie, mecenas, musicus, ... Ze was tante en stichtend voorbeeld van Marie-Elisabeth Belpaire die het monument als eerbetuiging in de Sint-Eligiuskerk liet opstellen. Het bestaat uit een zwartmarmeren tombe met reliëfvoorstellingen en witmarmeren platen met inscripties, een witmarmeren beeldengroep met liggende figuur en een achterwand met reliëfvoorstellingen. Het geheel bevindt zich onder een witstenen baldakijn op ranke witmarmeren zuilen.

De hoofdfiguur verbeeldt de overledene voorgesteld als derde ordeling. Op het voorpaneel van de tombe zijn taferelen uit het leven van Constance Teichmann afgebeeld. De opschriften links en rechts luiden: "Tot aandenken van Constance Teichmann, Stichtster van het kindergasthuis L.-M.[Louise-Marie], Bevorderaarster der liturgische toonkunst Derde ordelinge van den H. Franciscus, 16 Jan. 1824 – 14 dec. 1896" en "Zij leefde heilig en stierf zalig. De naastenliefde oefende zij met den grootsten iever. Alle ziekten heeft ze verzorgd, alle smert gelenigd, allen druk getroost, alle zwakheid gesteund." De bas-reliëfs achter de tombe vertonen zinnebeeldige taferelen met betrekking tot de overledene en taferelen uit haar dagelijks levens. De in hooggotische stijl uitgewerkte baldakijn is versierd met beelden, die de drie goddelijke deugden en musicerende engelen voorstellen.

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28