Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: Nationale Bank van België

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Uitgeverij: Onroerend Erfgoed

Website: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/5423

Citaten

Dankzij het traktaat van Den Haag van 1795 -dat de Schelde weer vrijmaakte voor de scheepvaart- en vooral door de openstelling van de nieuwe Rijnspoorweg in 1848, maakte Antwerpen een periode door van economische bloei wat gepaard ging met een sterke expansiedrang van een stad die nog in het keurslijf van haar Spaanse vesten "opgesloten" zat.

Sinds 1851 was de Nationale Bank- bijbank Antwerpen gevestigd in het voormalige huis De Decker-Cassiers in de Huidevettersstraat. Na bijna drie decennia werd het pand te klein en was uitbreiding een eerste optie. Onderhandelingen voor het aanwerven van aanpalende gronden of huizen losten het aanhoudend plaatsgebrek niet altijd op. Zo viel de uiteindelijke keuze op een nieuw ruim terrein gelegen langs de huidige Frankrijklei, toen de nieuw aangelegde "Kunstlei", ter hoogte van de voormalige 16de-eeuwse Sint-Jorispoort (huidige Leopoldplaats). Deze locatie houdt onmiddellijk verband met de 19de-eeuwse uitbreiding van Antwerpen: in 1866-1868 werd op het tracé van de Spaanse vestingen dat de historische binnenstad van Antwerpen omgordde, een leiengordel getrokken. In 1866 werden de vestingmuren geslecht en op de vrijgekomen gronden werden brede boulevards aangelegd. De belendende bouwblokken werden verkaveld voor de bouw van burger- en herenhuizen met verzorgde façades in een meestal neoclassicistische stijl en een aantal prestigieuze openbare gebouwen, ingeplant als bakens langs deze verkeersas.

De oprichting van de Nationale Bank in 1850, op initiatief van de minister van financiën Frère-Orban, beantwoordde aan een aantal toenmalige noden onder meer het herstel van het vertrouwen in het bankwezen na de crisis van 1848 en -naar het voorbeeld van een aantal naburige landen- het stichten van een centrale bank die als leidende instelling onder controle van de staat een aantal bevoorrechte taken zou vervullen: het voorrecht van uitgifte genieten, het discontobedrijf uitoefenen en de dienst van rijkskassier vervullen. Met de bij wet bepaalde oprichting van bijbanken in elk gerechtelijk arrondissement werden er in de periode 1851-1872 in België een 40-tal lokale vestigingen opgericht, zowel in grote als kleine steden. In de provincie Antwerpen bezat de Nationale Bank bijbanken te Antwerpen, Mechelen, Turnhout en Boom. De eerste decennia huisden de meeste vestigingen in gehuurde panden, veelal woningen. Wanneer de activiteiten uitbreiding namen, ontstond zowat overal de tendens om een gebouw te kopen of te bouwen. Zowel op nationaal als op provinciaal vlak springt de bijbank in Antwerpen er uit door zijn architecturale proporties en uitstraling.

Dankzij het traktaat van Den Haag van 1795 -dat de Schelde weer vrijmaakte voor de scheepvaart- en vooral door de openstelling van de nieuwe Rijnspoorweg in 1848, maakte Antwerpen een periode door van economische bloei wat gepaard ging met een sterke expansiedrang van een stad die nog in het keurslijf van haar Spaanse vesten "opgesloten" zat. Sinds 1851 was de Nationale Bank- bijbank Antwerpen gevestigd in het voormalige huis De Decker-Cassiers in de Huidevettersstraat. Na bijna drie decennia werd het pand te klein en was uitbreiding een eerste optie. Onderhandelingen voor het aanwerven van aanpalende gronden of huizen losten het aanhoudend plaatsgebrek niet altijd op. Zo viel de uiteindelijke keuze op een nieuw ruim terrein gelegen langs de huidige Frankrijklei, toen de nieuw aangelegde "Kunstlei", ter hoogte van de voormalige 16de-eeuwse Sint-Jorispoort (huidige Leopoldplaats). Deze locatie houdt onmiddellijk verband met de 19de-eeuwse uitbreiding van Antwerpen: in 1866-1868 werd op het tracé van de Spaanse vestingen dat de historische binnenstad van Antwerpen omgordde, een leiengordel getrokken. In 1866 werden de vestingmuren geslecht en op de vrijgekomen gronden werden brede boulevards aangelegd. De belendende bouwblokken werden verkaveld voor de bouw van burger- en herenhuizen met verzorgde façades in een meestal neoclassicistische stijl en een aantal prestigieuze openbare gebouwen, ingeplant als bakens langs deze verkeersas.

De Nationale Bank ging in op het in 1871 gedane aanbod van "perceel 65 van het uitbreidingsplan van de stad", zogenaamd "de driehoek", een groot driehoekig bouwblok, geschikt voor de bouw van een prestigieuze nieuwbouw. De Brusselse architect Hendrik Beyaert (1823-1894) werd in 1872 aangesteld voor de opmaak van de plannen. Deze had eerder het ontwerp gerealiseerd voor de hoofdzetel van de Nationale Bank annex hotel in Brussel (1859-1878), in samenwerking met architect Wijnand Janssens. Het complex van de Nationale Bank van België, Bijbank Antwerpen, werd voltooid in de periode 1874-1878 met als aannemer Dollot. Op 25 mei 1874 keurde het gemeentebestuur de plannen goed. De bewaarde plannen en omvangrijke briefwisseling in verband met het project tonen een langdurige ontwerp- en uitvoeringsfase met geregeld aanpassingen en wijzigingen ten gevolge van discussies en nieuwe visies tussen opdrachtgever, ontwerper en gemeentebestuur. Het resultaat was een monumentaal bouwwerk in eclectische stijl met een voorkeur voor diverse neorenaissancestijlen. Evenals het bankgebouw te Brussel, vatte Beyaert dit project op als een totaalconcept, inclusief interieuraankleding en -inrichting. Bepaalde elementen van de afwerking vertrouwde Beyaert toe aan zijn medewerkers onder meer aan Paul Hankar (1859-1901) die de smeedijzeren leuning van de grote trapzaal ontwierp. De uitvoering van het grotere beeldhouwwerk op de gevels berustte bij Antwerpse beeldhouwers: Jules Pecher (1830-1899) ontwierp het beeld van de "Vrede" (ambtswoningen van de beheerders, Frankrijklei), Jacob De Braekeleer (1823-1905) de twee liggende figuren die de Handel en de Nijverheid voorstellen (ambtswoningen van de beheerders) en de vennoten J.-B.De Boeck (1826-1902) en J.-B. Van Wint (1829-1906) de allegorieën van de Dag en de Nacht (inkompaviljoen Leopoldplaats).

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28