Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: Lijst van heersers van Lotharingen

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Uitgeverij: Wikipedia

Website: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_heersers_van_Lotharingen

Citaten

926 - 928: Everhard III van Franken, broer van wijlen koning Koenraad I van Franken (911-918).

928 - 939: Giselbert II van de Maasgouw, zoon van Reinier I van Henegouwen.

940 - 944: Otto I, graaf van Verdun, voogd van Hendrik, de zoon van Giselbert II van de Maasgouw.

944 - 953: Koenraad de Rode, graaf van Nahegouw, Speyergouw en Wormsgouw, neef van Everhard III van Franken.

944 - 953: Koenraad de Rode, graaf van Nahegouw, Speyergouw en Wormsgouw, neef van Everhard III van Franken.

953 - 959: Bruno de Grote, aartsbisschop van Keulen, broer van keizer Otto I.

959 - 964: Godfried van Neder-Lotharingen, benoemd door Bruno de Grote, laatste hertog van Lotharingen, zoon van Godfried van Gulik paltsgraaf van Lotharingen

964 - 977: Opengehouden voor de oudste zoon van Godfried. Toen zijn vader Godfried I overleed was Godfried II te jong om hertog te worden. Totdat keizer Otto II in 977 het hertogdom plotseling nodig had voor zijn volle neef Karel, de jongere broer van de Franse koning. Als schadeloosstelling kreeg Godfried de prefectuur aan de benedenloop van Rijn en Waal en Teisterbant.

964 - 977: Opengehouden voor de oudste zoon van Godfried. Toen zijn vader Godfried I overleed was Godfried II te jong om hertog te worden. Totdat keizer Otto II in 977 het hertogdom plotseling nodig had voor zijn volle neef Karel, de jongere broer van de Franse koning. Als schadeloosstelling kreeg Godfried de prefectuur aan de benedenloop van Rijn en Waal en Teisterbant.

977 - 991: Karel, Huis Karolingen, benoemd door keizer Otto II

977 - 991: Karel, Huis Karolingen, benoemd door keizer Otto II.

991 - 1012: Otto II, zoon, laatste lid van het huis Karolingen.

1012 - 1023: Godfried I, achterkleinzoon van Wigerik, beleend door keizer Hendrik II, bijgenaamd Godfried de Kinderloze, huis Ardennen

1023 - 1044: Gozelo I, broer, tevens hertog van Opper-Lotharingen 1033-1044

1023 - 1044: Gozelo I, broer, tevens hertog van Opper-Lotharingen 1033-1044

1044 - 1046: Gozelo II, zoon; zwakzinnig; militair gezag uitgeoefend door paltsgraaf Otto II van Zwaben en de rijksbisschoppen van Keulen, Trier, Utrecht en Kamerijk

1044 - 1046: Gozelo II, zoon; zwakzinnig; militair gezag uitgeoefend door paltsgraaf Otto II van Zwaben en de rijksbisschoppen van Keulen, Trier, Utrecht en Kamerijk

1046 - 1065: Frederik van Luxemburg, achterkleinzoon van Wigerik

1076 - 1087: Koenraad van Franken, zoon van keizer Hendrik IV, wegens minderjarigheid, vicehertog Albert III van Namen

1088 - 1100: Godfried van Bouillon, kleinzoon van Godfried II, geen kinderen

1088 - 1100: Godfried van Bouillon, kleinzoon van Godfried II, geen kinderen

1100 - 1106: Hendrik I van Limburg, achter-achterkleinzoon van Diederik I van Lotharingen, kleinzoon van Frederik van Luxemburg

1100 - 1106: Hendrik I van Limburg, achter-achterkleinzoon van Diederik I van Lotharingen, kleinzoon van Frederik van Luxemburg

1106 - 1128: Godfried I van Leuven, benoemd door keizer Hendrik V, bijgenaamd met den baard, achterkleinzoon van markgraaf Reinier III van Henegouwen, geslacht der Reiniers. Godfried was de grondlegger van het latere hertogdom Brabant

1106 - 1128: Godfried I van Leuven, benoemd door keizer Hendrik V, bijgenaamd met den baard, achterkleinzoon van markgraaf Reinier III van Henegouwen, geslacht der Reiniers. Godfried was de grondlegger van het latere hertogdom Brabant

1128 - 1139: Walram Paganus van Limburg, zoon van Hendrik I, benoemd door keizer Lotharius III

1142 - 1190: Godfried III van Leuven, zoon, bijgenaamd de Moedige.

Op de Landdag van Schwäbisch Hall in 1190 na de dood van Godfried III werd de titel "Hertog van Neder-Lotharingen" gezagsloos verklaard, de erfopvolger Hendrik I van Brabant, als eerste titel verkregen van hertog van Brabant sinds 1183, mocht het hertogelijk gezag slechts uitoefenen binnen zijn eigen gebieden en rijkslenen. De titel bleef evenwel tot op het einde van het Ancien Régime in het oorkondelijk protocol van de hertogen van Brabant en hun opvolgers bewaard.

1142 - 1190: Godfried III van Leuven, zoon, bijgenaamd de Moedige

Op de Landdag van Schwäbisch Hall in 1190 na de dood van Godfried III werd de titel "Hertog van Neder-Lotharingen" gezagsloos verklaard, de erfopvolger Hendrik I van Brabant, als eerste titel verkregen van hertog van Brabant sinds 1183, mocht het hertogelijk gezag slechts uitoefenen binnen zijn eigen gebieden en rijkslenen. De titel bleef evenwel tot op het einde van het Ancien Régime in het oorkondelijk protocol van de hertogen van Brabant en hun opvolgers bewaard.

Citaten

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28