Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: Lijst van graven van Brussel en hertogen van Brabant

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Uitgeverij: Wikipedia

Website: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_graven_van_Brussel_en_hertogen_van_Brabant

Citaten

De benaming 'Brabant' laat zich van de 8e tot de 12e eeuw liefst vijf maal voor een grondig verschillende reikwijdte gebruiken.

Brabantgouw (8e-10e eeuw): dit strekt zich uit vanaf de Schelde tot de Dijle, ten zuiden begrensd door de Hene en een woudgordel. Jongere vermeldingen van de pagus Bracbatensis vindt men in latere eeuwen nog overvloedig terug ten behoeve van louter geografische situeringen zonder territoriaal-politieke draagwijdte. De vroegste vermelding van Brabant als gouwgraafschap (pagus Bracbatensis) vindt men in 870 bij het Verdrag van Meerssen. De Brabantgouw bestond toen al uit vier deelgraafschappen.

Hertogen van (Neder-)Lotharingen en graven van de Brabantgouw:

928-939: Giselbert II van Maasgouw. Werd in 928 benoemd tot hertog, kwam in opstand tegen Otto I de Grote, verdronk in de Rijn.

Hertogen van (Neder-)Lotharingen en graven van de Brabantgouw:

928-939: Giselbert II van Maasgouw. Werd in 928 benoemd tot hertog, kwam in opstand tegen Otto I de Grote, verdronk in de Rijn.

939-944: Otto van Verdun. In 939 werd hij door Otto I aangesteld tot hertog van Lotharingen en voogd van Hendrik, de zoon van Giselbert II van de Maasgouw.

Hertogen van (Neder-)Lotharingen en graven van de Brabantgouw:

939-944: Otto van Verdun. In 939 werd hij door Otto I aangesteld tot hertog van Lotharingen en voogd van Hendrik, de zoon van Giselbert II van de Maasgouw.

944-953: Koenraad de Rode. Werd benoemd tot hertog, schonk in 946 bezittingen aan de kerk in Spiers, hij sloeg ook zijn eigen munten in Speyer, Bingen en Worms.

Hertogen van (Neder-)Lotharingen en graven van de Brabantgouw:

944-953: Koenraad de Rode. Werd benoemd tot hertog, schonk in 946 bezittingen aan de kerk in Spiers, hij sloeg ook zijn eigen munten in Speyer, Bingen en Worms.

953-965: Bruno de Grote. Aartsbisschop, zoon van Hendrik de Vogelaar, stichtte te Keulen de Sankt-Pantaleonabdij, waar hij begraven werd.