Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: Historische stadskern van Antwerpen

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Uitgeverij: Onroerend Erfgoed

Website: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/140031

Citaten

circa -9000

Het Antwerps grondgebied oefende al vanaf de prehistorie een aantrekkingskracht uit op mens en dier. Dit wordt gestaafd door vondsten van lithische artefacten in de burchtzone uit de periode tussen het einde van het paleolithicum en het einde van het neolithicum of de vroege bronstijd (Van Gils & Bellens 2013), aangevuld met toevalsvondsten aangetroffen ter hoogte van Lillo, het Lefebredok (neolithicum) en het Kattendijkdok (steentijd, bronstijd en ijzertijd). Tal van ijzertijdvondsten doen verspreide bewoning onder het huidige stadscentrum vermoeden.

circa -3000

Het Antwerps grondgebied oefende al vanaf de prehistorie een aantrekkingskracht uit op mens en dier. Dit wordt gestaafd door vondsten van lithische artefacten in de burchtzone uit de periode tussen het einde van het paleolithicum en het einde van het neolithicum of de vroege bronstijd (Van Gils & Bellens 2013), aangevuld met toevalsvondsten aangetroffen ter hoogte van Lillo, het Lefebredok (neolithicum) en het Kattendijkdok (steentijd, bronstijd en ijzertijd). Tal van ijzertijdvondsten doen verspreide bewoning onder het huidige stadscentrum vermoeden.

na 140

Sporen en vondsten uit de Gallo-Romeinse periode worden verspreid over de stadskern aangetroffen, met concentraties in en rond de middeleeuwse burcht en een crematiegraf ter hoogte van de Oudaan (Bellens e.a. 2007). Archeologische resten wijzen op het bestaan van een Gallo-Romeinse nederzetting uit de 2de en 3de eeuw, met uitlopers tot in de 4de, mogelijk zelfs 5de eeuw. Ook rond de kernstad en dus buiten de afgebakende zone zijn sporen en vondsten uit de Gallo-Romeinse periode aangetroffen.

circa 641

Historische bronnen (Krusch 1902; Krush 1910) wijzen in de richting van een Merovingische nederzetting in Antwerpen in de 7de eeuw, waarvan de situering, de omvang en het karakter tot dusver onbekend blijven. Op uitzondering van een beperkte hoeveelheid schervenmateriaal werden geen sporen van Merovingische bewoning aangetroffen.

Kersteningspogingen van de missionarissen Eligius en Amandus in de 7de eeuw suggereren de aanwezigheid van een nederzetting met enige economische betekenis

circa 650

Kersteningspogingen van de missionarissen Eligius en Amandus in de 7de eeuw suggereren de aanwezigheid van een nederzetting met enige economische betekenis

circa 700

Historische bronnen (Krusch 1902; Krush 1910) wijzen in de richting van een Merovingische nederzetting in Antwerpen in de 7de eeuw, waarvan de situering, de omvang en het karakter tot dusver onbekend blijven. Uit dezelfde periode dateert een gouden munt met vermelding ANDERPUS, hoewel er twijfel bestaat over zowel de muntvondst als over de identificatie met Antwerpen.

In een 8ste-eeuwse bron (Krusch 1902) verschijnt de naam ANDOVERPIS, waarop verscheidene etymologische verklaringen zijn gebaseerd. De naamsverklaringen vanuit het Latijn, Germaans of Keltisch zijn uiteenlopend en verwijzen naar een plek (natuurlijke aanslibbing (Gysseling 1960, 61-62) of antropogene "werp" (wal of schans; Van Loon 1982)) of houden verband met een bevolkingsgroep (Michiels 2007). De etymologische kwestie omtrent de naam Antwerpen blijft tot op heden voer voor discussie.

Op uitzondering van een beperkte hoeveelheid schervenmateriaal werden geen sporen van Merovingische bewoning aangetroffen.

Kersteningspogingen van de missionarissen Eligius en Amandus in de 7de eeuw suggereren de aanwezigheid van een nederzetting met enige economische betekenis, terwijl ook de plundering van Antwerpen door de Noormannen in 836 wijst op een nederzetting van belang.

na 836

Kersteningspogingen van de missionarissen Eligius en Amandus in de 7de eeuw suggereren de aanwezigheid van een nederzetting met enige economische betekenis, terwijl ook de plundering van Antwerpen door de Noormannen in 836 wijst op een nederzetting van belang. Na deze raid ontstaat in de late 9de eeuw een versterkte handelsnederzetting, die zich in de 10de eeuw sterk ontwikkelt.

circa 899

Kersteningspogingen van de missionarissen Eligius en Amandus in de 7de eeuw suggereren de aanwezigheid van een nederzetting met enige economische betekenis, terwijl ook de plundering van Antwerpen door de Noormannen in 836 wijst op een nederzetting van belang. Na deze raid ontstaat in de late 9de eeuw een versterkte handelsnederzetting, die zich in de 10de eeuw sterk ontwikkelt. De burcht vormt de nucleus van waaruit de middeleeuwse stad groeit. De eerste versterking ter hoogte van de middeleeuwse burcht wordt gevormd door een aarden wal met gracht, mogelijk voorafgegaan door een palissade. Binnen de omwalling ontstaat een dichte bebouwing met het karakter van een proto-stedelijke handelsnederzetting.

Kersteningspogingen van de missionarissen Eligius en Amandus in de 7de eeuw suggereren de aanwezigheid van een nederzetting met enige economische betekenis, terwijl ook de plundering van Antwerpen door de Noormannen in 836 wijst op een nederzetting van belang. Na deze raid ontstaat in de late 9de eeuw een versterkte handelsnederzetting, die zich in de 10de eeuw sterk ontwikkelt. De burcht vormt de nucleus van waaruit de middeleeuwse stad groeit. De eerste versterking ter hoogte van de middeleeuwse burcht wordt gevormd door een aarden wal met gracht, mogelijk voorafgegaan door een palissade. Binnen de omwalling ontstaat een dichte bebouwing met het karakter van een proto-stedelijke handelsnederzetting. Omstreeks 980 bouwt de Duitse keizer Otto II de handelsnederzetting uit tot het versterkte centrum van een militair grensgebied, in casu het markgraafschap.