Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: Het ontstaan van Lotharingen

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Auteur: Jean-Marie Debois

Uitgeverij: Je ma de

Website: http://www.jemade.be/teksten/Tekst03.pdf

Citaten

De gebieden van het huidige België waren gedurende de hele Middeleeuwen verdeeld tussen de twee Rijken, Oost- en West-Frankenland, ontstaan na de splitsing van het Rijk van Karel de Grote. Lodewijk de Vrome had bij de dood van zijn vader, Karel de Grote het grote rijk alleen geërfd, daar zijn broers inmiddels waren overleden. De problemen begonnen evenwel bij zijn dood, omdat hij drie zonen had. Volgens de Frankische gewoonte diende de erfenis gelijkmatig verdeeld te worden, maar gekibbel tussen hen bleef niet uit omdat enerzijds Lotharius wat maneuvreerde en de anderen zich benadeeld voelden.

[...] Als oudste meent Lotharius I wat meer te mogen hebben en probeerde aanvankelijk zijn broers te paaien met hen enkele delen te geven. Zo geeft hij Aquitanië, de Provence en Septimanië evenals enkele graafschappen aan Karel de Kale. Deze is evenwel niet akkoord en ontmoet zijn broer Lodewijk de Duitser te Attigny. Samen zenden ze een boodschap aan Lotharius, maar deze weigert toe te geven.

In 842 kwamen de drie broers bijeen te Straatsburg (de Eed van Straatsburg) waarbij ze mekaar steun beloven. Na voorafgaande besprekingen te Macon (842) en Koblenz (843) komen ze tot een akkoord, het Verdrag van Verdun (843).

Lotharius krijgt Italië, de Provence, het deel van Boergondië begrensd door de Alpen en de Aar enerzijds en door de Rhône en de Saône anderzijds, met op de rechter-oever van de Rhône de bisdommen Uzes en Viviers, de Elzas, het westelijk deel van de Frankenland Media tot aan de Maas en de Schelde in het westen, en in het oosten tot aan de Rijn, zonder de bisdommen van Speyer, Worms en Mainz, Friesland en de abdij van St.Vaast in Arras.

Lotharius krijgt dus de as Rome-Pavia-Aken, met een rijk gaande van de Noordzee tot aan de grenzen van Benevent. Ten westen van dit rijk kwam het gebied toe aan Karel de Kale en ten oosten aan Lodewijk de Duitser. Lotharius kreeg de titel van keizer, met de rechten en de plichten hiervan ten opzichte van de Kerk. Hij had een protocollaire voorrang op zijn broers, maar geen rechten op hen noch op hun grondgebied. Zijn residentie vestigde hij te Aken. Het bestuur van Italië werd wel toevertrouwd aan zijn oudste zoon Lodewijk II, die hem in Rome moest vertegenwoordigen bij de pauskeuzes.

Het deel toegewezen aan Lotharius omvatte de gebieden van aan de Middellandse Zee, Italië, de Provence, Bourgondië, de Elzas tot aan de Noordzee en werd aan het Westen begrensd door de Schelde en in het oosten door de Rijn. Drie bijzondere pagi, de wijnwingebieden Speyer, Worms en Mainz, gelegen op de linkeroever, werden weerhouden en toegevoegd aan het gedeelte van Lodewijk. Als compensatie werd heel Friesland, tussen de monding van de Rijn en de Weser, aan Lotharius toebedeeld.

Lodewijk kreeg dus de gebieden ten oosten van de Rijn, behalve Friesland en Karel de Kale het huidige Frankrijk en het huidige "België" tot aan de Schelde. De grens tussen het gebied van Lotharius en Karel werd nauwgezet aangegeven, en viel samen met de waterscheidingslijn tussen de bekkens van de Schelde en de Samber en tussen deze van de Somme en de Seine.

Hoewel geen oorspronkelijke teksten bestaan over het Verdrag zijn de berichten van de kronieken vrij eensluidend. Zo zijn de historici van oordeel dat Lotharius het hele Ripuarië-gebied kon behouden. De gevolgen van deze afspraken zullen zich voor eeuwen laten gelden, maar ze zullen nog herhaaldelijk worden gewijzigd in de volgende jaren.

[...] Opvallend is wel dat, zoals voor Ripuarië, alle gebieden gewoonweg worden verdeeld zonder rekening te houden met het etnisch karakter van de bevolking, noch met de religieuse indeling der bisdommen. Zo werden ook de provincies Reims, Köln, Trier en Mainz verdeeld in Verdun.

[...] Eigenaardig genoeg werd het Land van Waas ingedeeld bij het Middenrijk, hoewel het gelegen is op de linkeroever van de Schelde. De "Vier Ambachten" (Axel, Hulst, Bouchoute en Assenede) zijn duidelijk bij Lotharius ingedeeld, samen met de eilanden van Zeeland. Het verdrag van Verdun gaf aan Lotharius het ganse Friesland, "van Weser tot Sinkfal (het Zwin)".

[...] Tussen het rijk van Karel en dat van Lotharius was de grens, vertrekkend in het westen van de Cambresis, gelegen tussen de pagi van Henegouwen, Lomme, Ardennen, de Castricus en de Mosomensis, de Dulmensis (Dormois), le Virdumensis, le Barrensis (Bar-le-Duc) en de Ornois (Odornensis), welke van Lotharius waren en deze van de Vermandois, de Laonnois, de Porcien, het land van Voncq, het Reimse, de Châlonnais, de Astenois (Stadunensis), de Perthois welke van Karel waren.

In 854, in Luik in de St. Lambertus-kathedraal, verdeelt Lotharius zijn rijk tussen zijn drie zonen en doet troonsafstand, omdat hij zijn einde voelt naderen.

[...] Van welke Lotharius werd het Rijk nadien Lotharingen genoemd? Lotharingen omvatte nooit Italië, noch de Provence en Bourgondië, zoals het Midden-Rijk of Francia Media. Derhalve gaat de naam Lotharingen terug naar het rijk van Lotharius II (R.855-869).

[...] Hij overlijdt in 855 in de abdij van Prüm. Bij zijn dood wordt zijn Middenrijk verdeeld tussen zijn drie zonen (de zogenaamde Prümer-Teilung). Lotharius II, reeds vanaf 850 betrokken bij het bestuur en al koning van Italië, krijgt het noorderlijk deel, het gebied tussen de Noordzee en de Jura. Voor het eerst gebruikt men de naam Lotharingen. Lotharius II zal om Karel de Kale gunstig te stemmen hem de abdij van Sint Vaast in Arras teruggeven.

Toch slaagt Karel de Kale er in de Provence te annexeren. Tussen 855 en 869 regeert Lotharius II over de gebieden "tussen Maas, Schelde en Rijn", dit is van de Noordzee tot Besançon, met de bisdommen Köln, Trier, Metz, Verdun, Luik en later Utrecht.

  • jongste Karel van Provence: gebied tussen Rhône en Alpen = Provence, incl. Lyonnais, Viennois, Vivarais en Uzège.
  • oudste Lodewijk II de Jonge krijgt Italië en de titel van keizer.
  • Lotharius II, krijgt Noord-Lotharingen ofte Lotharreich = tussen Rijn en Schelde, van Noordzee tot de bron van Maas en Moezel, inclusief Friesland.

De oostgrens wordt de Rijn, behalve een bruggenhoofd aan de Main tot aan de Lippe, dan naar het noorden langs de Ems. De westgrens gaat van de Middellandse Zee langs de Rhone tot aan het plateau van Langres, vervolgens Noordwaarts langs de Maas tot Kamerrijk aan de Schelde tot de Noordzee.

Zodoende waren de vier pagi aan de rechteroever van de Rijn, met name Avalgau, Tuizhgau (Deutz), Keldahgau en Ruracgau bij Lotharius ingedeeld. Deze beschikkingen worden bevestigd door de teksten van het verdrag van Meersen waarbij als verworvenheden gedaan door Lodewijk in Lotharingen slechts vijf ripuarische gebieden worden vermeld, met name Bonngau, Kölngau, Jülichgau, Zülpichgau en Eiffla, in Ripuaria comitatus quinque, alle gelegen op de rechteroever van de Rijn, wat dus de vier hogervermelde uitsluit.

[...] Opvallend is wel dat, zoals voor Ripuarië, alle gebieden gewoonweg worden verdeeld zonder rekening te houden met het etnisch karakter van de bevolking, noch met de religieuse indeling der bisdommen. Zo werden ook de provincies Reims, Köln, Trier en Mainz verdeeld in Verdun. In 870 gebeurt hetzelfde met Friesland, met de bisdommen Luik en Trier en voor de pagi van Masau en van Luik.

[...] Et haec est divisio quam sibi Hludowicus accepit: Coloniam, Treveris, Utrech, Stratsburch, Basulam, abbatiam Suestre (Susteren), Berch (Berg, bij Rupelmonde), Niumonastrerium (Münstereifel), Castellum (Kessel), Indam (Cornelimünster), Sancti Maximiani, Ephter-niacum, Horreum (Oeren, bij Trier), Meieni-Monasterium (MoyenMoutier, tussen Toul en Straatsburg), Sancti Deodati (Saint-Dié), Bodonis monasterium (Bonmoutier),...Estivagium (Etival), romericimontem (Remiremont), ... Herisbodesheim, abbatiam de Aquis (Aken), comitatum Testebant, Batua, Hattuarias, Masau subterior de ista parte, item Masau superior, quod de ista parte est, Liugas quod de ista parte est, districtum Aquense, districtum Trectis (rechts van de Maas over Maastricht) in Ribuarias comitatus quinque, Megensium (Meiengau, tussen Moesel en Rijn), Bedegowa (Bidgau), Nitachowa (Niegau), Sarachowa subterior, Blesitchowa (Bliesgau), Seline (le Saulnois aan Toul), Calmontis (le Chaumontois), Sarachowa superior, Odornense quod Bernardus habuit (l’Ornain), Solocense (le Soulossois), ... de Frisia duas partes de regno quod Lotharius habuit. Super istam divisionem propter pacis et caritatis custodiam superaddimus istam adjectionem: civitatem Mettis cum abbatia Sancti petri et Sancti Martini et comitatu Moslensi...: de Arduenna sicut flumen Urta (Ourthe) surgit inter Bislanc et Tumbas ac decurrit in Mosam, et sicut recta via pergit in Bedensi, secundum quod communes nostri missi rectius invenerint - excepto quod de Condrusto est ad partem orientis trans Urtam - et abbatias Prumiam et Stabolau...

Et haec divisio quam Karolus de eodem regno sibi accepit: ... Tungris, Tullum, Viridunum, Cameracum,... Montemfaconis (abdij Montfaucon bij Verdun), Sancti Michhelis (Saint-Mihiel bij Verdun), Gildini monasterium (Calmoutier, bij Toul), ...Sancti Laurentii Leudensi (Saint-Laurent, Luik), Sennonem, abbatiam Niellam (Nijvel), Molburium (Maubeuge), Laubias (Lobbes), Sancti Gaugerici (Saint-Géry), Sancti Salvii (SaintSauve), Crispinno (Crespin), Fossas (Fossses), Marilias (Maroilles), Hunulfcurt (Honnecourt, bij Cambrai), Sancti Servatii (Sint Servaas, Maastricht), Maalinas (Mechelen), Ledi (?), Sunniacum (Zinnik), Antonium (Antoing), Conadtuim (Condé), Meerebechi (Meerbeek), Ticlivinne (Dickelvenne), Luttosa (Leuze), Calmontis (ChaumontGhistoux), Sancta Mariae in Deonant (Dinant), Echa (Maaseick), Andana (Andenne), Wasloi (Wallers), Altum Montem (Haumont), comitatum Texandrum in Brachbanto comitatus IV, Cameracensum, Hainoum, Lomensem, in Hasbanio comitatus IV, Masau superior de ista parte Mosae, Masau subterior quod de ista parte est, Liugas quod de ista parte est Mosae et pertinet ad Veosatum, Scarponinse (la Charpeigne, ten zuiden van Metz), Viridunense, Dulmense (le Dormois, tussen Reims en Verdun), Arlon, Wavrense comitatus II (la Woëvre), Mosminse (Mouzon), Castricum (pagus de Castrices, Mézières), Condrust (de Condroz), de Arduenna sicut flumen Urta surgit inter Bislanc et Tumbas ac decurrit ex hac parte in Mosam, et sicut recta via ex hac parte occidentalis pergit in Bedensi, seundum quod missi nostri rectius invenerint; Tullense (Toul), aliud Odornense quod Thietmarus habuit),... Barrense (Bar-le Duc), ... de Frisia tertiam partem.

[...] Lotharius II overlijdt zonder wettige erfgenamen in 869. Hij heeft wel een onwettige zoon Hugues, die wordt "geblind" en opgesloten in de abdij van Prüm. Karel de Kale van West-Frankenland valt Lotharingen binnen, laat zich kronen te Metz met de steun van de bisschoppen in het Maas-gebied, krijgt het huldebetoon van verschillende edelen en bisschoppen en vestigt zich in Aken, bakermat der Karolingers.

Lodewijk de Duitser komt evenwel tussenbeiden en verjaagt hem. De twee ooms, Karel de Kale en Lodewijk zullen dan het Middenrijk onder mekaar verdelen bij het Verdrag van Meersen (870):

  • Lodewijk de Duitser krijgt Gelre, gebied rechts van Maasgau, Luik, Aken, Metz, Ardennen rechts van de Ourthe, Elzas, Bitburg/Lux. (Oost-Lotharingen);
  • Karel de Kale krijgt (Westen) Kempen, Haspengouw, Brabant, Henegouwen, Cambresis, Namen, Maasgau links van de Ourthe en Aarlen / Luxemburg.

De tekst is een opsomming van de bisdommen, de koninklijke abdijen en de graafschappen. Zo nodig worden deze zelf ook verdeeld, zoals in het verdrag van Verdun. Naar Lodewijk gaan Keulen, Trier, Utrecht en Metz en naar Karel de Kale Luik, Toul, Verdun en Kamerrijk.

De Maas dient hier dan als grens van Friesland tot Luik, vandaar volgt ze de Ourthe (oost-tak) tot aan haar bron, vervolgens naar Bidgau (oosten van de Ourthe) en maakt dan een onregelmatige lijn ten westen van Trier, Thionville, Metz en ten oosten van Verdun en Toul. De grensgebieden waren:

  • in het deel van Karel: West-Friesland (Zeeland inbegrepen de Vier Ambachten, Zuid-Holland, Noord-Holland, Texel en een deel van Utrecht), Taxandrië, de delen van Masau inferior en superior en van Liugas die zich bevinden op de linkeroever van de stroom (Maas), Haspengouw, Condroz (ook rechts van de Ourthe), de helft van de Ardennen, Aarlen, la Woëvre, de Charpeigne, Toul, le Barrois en mogelijk ook één der beide Ornois.
  • in het deel van Lodewijk de Duitser: Midden-Friesland, Teisterbant, de Betuwe, het graafschap Hattuarië, de andere delen van beide Maasgouwen, de andere helft van de Ardennen met Prüm en Stavelot, Bidgau (Trier), de Saargouw, het graafschap Mosellan, de Saulnois (Château-Salins), de Chaumontois, de Saintois, de Soulossois en de Ornois.

Als Lotharius II dan zelf overlijdt in 869, gaan de poppen opnieuw aan het dansen. Gesprekken te Meersen in 870 lopen uit op een overlangse verdeling van Lotharingen langs de lijn Saône-beneden-Moezel en Maas. Lodewijk bekomt het oostelijk deel met Straatsburg, Metz, Trier, Aken en Utrecht, terwijl Karel Lyon, Vienne, Besançon, Toul, Verdun, Kamerrijk en een derde van Friesland bekomt.

Giselbert van Maasgouw huwt Gerberga, dochter van keizer Hendrik I de Vogelaar, een afstammeling van Lodewijk de Duitser, en wordt beleend met Lotharingen.

Na de dood van Heinrich I in 936 volgt zijn zoon Otto I hem op, maar Giselbert kiest nu de kant van West-Frankenland. Otto I verslaat hem in de Slag van Andernach, (938) waar Giselbert sneuvelt. Otto I annexeert nu defintief Lotharingen.

Einde 942 wordt de Vrede van Visé getekend, waarbij Lodewijk IV zijn aanspraken opbergt. [...] Zijn zoon Lotharius zal toch in 978 een nieuwe poging doen. Hij kan met een leger tot in Aken geraken, maar Otto II gaat tot Parijs.

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28