Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: Graafschap Vlaanderen (9e - 11e eeuw)

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Uitgeverij: Wikipedia

Website: https://nl.wikipedia.org/wiki/Graafschap_Vlaanderen_(9e_-_11e_eeuw)

Citaten

Boudewijn III sterft namelijk in 962 en laat enkel een minderjarige zoon, Arnulf, achter. De zonen van Adalolf, de overleden broer van Arnulf I, grepen hun kans om het erfdeel van hun vader op te eisen en kwamen in opstand. Graaf Arnulf I begreep dadelijk dat zijn verwanten zijn kleinzoon zouden behandelen zoals hij met zijn neven had gedaan. Hij zag zijn levenswerk verloren gaan, wanhopig liet hij één van hen om het leven brengen in de hoop de ander schrik aan te jagen. Maar integendeel, deze ging nu nog feller te keer. Daarom zocht hij zijn toevlucht tot een laatste redmiddel om althans een deel van zijn vorstendom voor zijn kleinzoon te bewaren.

Hij ging naar zijn opperleenheer, de Franse koning Lotharius II en ze kwamen tot een akkoord. Wanneer Arnulf stierf, zou Lotharius al diens veroverde gebieden krijgen, namelijk Amiens, Ponthieu, Artesië en Oosterbant. In ruil daarvoor zou Lotharius voogd worden van de jonge Arnulf tijdens diens minderjarigheid en ervoor zorgen dat Arnulf erkend zou worden als graaf in de rest van Vlaanderen. Tevens moest ook Boudewijn Baldzo, wellicht een zoon van Arnulf I's oom Rudolf, waken over de kleine Arnulf. De overgebleven zoon van Adalolf, ook een Arnulf, zou het erfdeel krijgen van zijn vader, namelijk de gouwen Bonen en Ternaas.

Boudewijn III sterft in 962 en laat enkel een minderjarige zoon, Arnulf, achter. De zonen van Adalolf, de overleden broer van Arnulf I, grepen hun kans om het erfdeel van hun vader op te eisen en kwamen in opstand. Graaf Arnulf I begreep dadelijk dat zijn verwanten zijn kleinzoon zouden behandelen zoals hij met zijn neven had gedaan. Hij zag zijn levenswerk verloren gaan, wanhopig liet hij één van hen om het leven brengen in de hoop de ander schrik aan te jagen. Maar integendeel, deze ging nu nog feller te keer.

Daarom zocht hij zijn toevlucht tot een laatste redmiddel om althans een deel van zijn vorstendom voor zijn kleinzoon te bewaren. Hij ging naar zijn opperleenheer, de Franse koning Lotharius III en ze kwamen tot een akkoord. Wanneer Arnulf stierf, zou Lotharius al diens veroverde gebieden krijgen, namelijk Amiens, Ponthieu, Artesië en Oosterbant. In ruil daarvoor zou Lotharius voogd worden van de jonge Arnulf tijdens diens minderjarigheid en ervoor zorgen dat Arnulf erkend zou worden als graaf in de rest van Vlaanderen. Tevens moest ook Boudewijn Baldzo, wellicht een zoon van Arnulf I's oom Rudolf, waken over de kleine Arnulf. De overgebleven zoon van Adalolf, ook een Arnulf, zou het erfdeel krijgen van zijn vader, namelijk de gouwen Bonen en Ternaas. De oude graaf Arnulf I overleed in 965.

Zoals Arnulf I voorzien had, volgde na zijn dood een totale ineenstorting van het grafelijk gezag. Lotharius hield zich nog aan het akkoord, deed Arnulf II als graaf erkennen en eigende zich de zuidelijke gebieden van Vlaanderen toe. Edellieden beschouwden echter hun lenen als hun eigendom en usurpeerden de grafelijke rechten. Arnulf II's zogezegde beschermer, Boudewijn Baldzo, maakte zich meester van een eigen graafschap, Kortrijk. Dirk II, graaf van West-Friesland en oom van Arnulf II, werd graaf van Gent en Waas. Arnulf, de zoon van Adalolf, nam wat hem van rechtswege toekwam en werd graaf van Bonen en Ternaas. Arnulf II stelde zich tevreden met wat er van zijn graafschap overbleef, de streek tussen de Leie en de zee, en met zijn theoretisch leenheerlijk gezag over de graafschappen die Dirk van West-Friesland en Arnulf van Bonen hadden verkregen.

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28