Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: Graaf Boudewijn sterft aan de pokken

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Uitgeverij: Westhoek

Website: http://www.westhoek.net/P0947003.htm

Citaten

Boudewijn wordt aangetast door de pokken en sterft na enkele dagen, (op 1 januari 962 in het Sint-Bertijnsklooster) aan zijn besmetting. De dood van zijn zoon betekent een mokerslag voor de oude graaf. Zijn kleinzoontje is amper enkele maanden oud terwijl hijzelf kromgebogen rondloopt. Hoe moet het nu verder? De strijd om de macht in Vlaanderen barst los. In 962 zijn de kinderen van zijn overleden broer Adalolf al lang volwassen. Ze eisen het erfdeel op dat hun nonkel Arnulf heeft afgenomen wanneer hun vader stierf. De oude Arnulf zit met de daver op het lijf uit angst voor die twee neven die nu plots dreigen zijn levenswerk ongedaan te maken.

Hij panikeert. Hij is er van overtuigd dat die twee gasten zijn kleinzoon zullen aandoen wat hij hen heeft aangedaan. Van pure wanhoop laat hij één van hen ombrengen. Hij hoopt zo de andere schrik aan te jagen. Het is een vergeefse poging. De overlevende neef, hij heet eveneens Arnulf, gaat nog harder te keer tegen zijn oom. De graaf ziet geen andere uitweg om zijn opperleenheer, de Franse koning Lotharius (de zoon van zijn overleden vriend Lodewijk) om hulp te vragen.

Hij stelt een deal voor: bij zijn dood zou de Franse koning alle nieuw veroverde gebieden erven in ruil voor de erkenning van zijn kleinzoon als graaf van Vlaanderen in de rest van het vorstendom Vlaanderen. In afwachting zou Lotharius de voogdij uitoefenen op de minderjarige kleinzoon Arnulf II. Het akkoord wordt getekend in het jaar 962. De Franse koning treedt bovendien op als bemiddelaar tussen de graaf en zijn opspelende neef. Uiteindelijk volgt de toezegging dat die zijn vaderlijk erfdeel zijnde Boulogne en Ternois zal erven bij de dood van zijn oom.

Een neef van Arnulf de Grote wordt aangesteld als voogd van de kleinzoon. De man heet Boudewijn Baldzo. Hij stelt zijn schoonzoon Hilduinus en een zekere Eric aan tot uitvoerders van het testament.

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28