Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: Geschiedenis van Antwerpen

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Uitgeverij: Wikipedia

Website: https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_Antwerpen

Citaten

circa -12500

De Schelde vloeit pas in het Paleolithicum voor het eerst door wat nu de omgeving van Antwerpen is. Voordien stroomde de Schelde doorheen het Meetjesland rechtstreeks noordwaarts, doorheen de zgn. Vlaamse Vallei. Pas vanaf het Holoceen, 10.000 jaar geleden, stroomde de Schelde doorheen de jonge benedenloop die we nu nog kennen, naar zee. Het alluviaal van de Schelde was nat en moerasachtig en voorwerp van veenvorming.

circa -9000

Het natte Scheldegebied trok kampen van mensen uit de midden-steentijd of Mesolithicum aan. Onder meer bij de aanleg van de havendokken bij Lillo ten noorden van de stad, maar ook nabij het Steen werden er silex voorwerpen uit het vroege Mesolithicum aangetroffen van rond 9000 v.Chr. Er zijn bijlen uit de bronstijd gevonden en waterputten uit de ijzertijd.

circa -3000

Het natte Scheldegebied trok kampen van mensen uit de midden-steentijd of Mesolithicum aan. Onder meer bij de aanleg van de havendokken bij Lillo ten noorden van de stad, maar ook nabij het Steen werden er silex voorwerpen uit het vroege Mesolithicum aangetroffen van rond 9000 v.Chr. Er zijn bijlen uit de bronstijd gevonden en waterputten uit de ijzertijd.

circa -800

Het natte Scheldegebied trok kampen van mensen uit de midden-steentijd of Mesolithicum aan. Onder meer bij de aanleg van de havendokken bij Lillo ten noorden van de stad, maar ook nabij het Steen werden er silex voorwerpen uit het vroege Mesolithicum aangetroffen van rond 9000 v.Chr. Er zijn bijlen uit de bronstijd gevonden en waterputten uit de ijzertijd.

na 140

Nabij de monding van de Schijn werden er op diverse plaatsen archeologische sporen en relicten van een Gallo-Romeinse nederzetting aangetroffen. De grootste concentratie werd gevonden in de zone tussen de rivier nabij het Steen en de Grote Markt. Onder meer bij het rechttrekken van de Schelde in de tweede helft van de 19e eeuw, bij de opgravingen van professor Vandewalle nabij het Steen, de opgravingen naar aanleiding van de site Stadsparking en de opgravingen van 2008-2009 aan de Jordaenskaai werden er grote hoeveelheden Romeins aardewerk aangetroffen. Dit aardewerk is van hoogstaande kwaliteit en gevarieerd qua vormen en baksels. Het toont dat het Romeinse Antwerpen een relatief groot belang had in zijn regionale omgeving. Opmerkelijk zijn ook de dakpannen die naar het "prim. cohors" of eerste cohort verwijzen.

De latere ontwikkelingen van de metropool maken het nagenoeg onmogelijk om definitief uit te maken, hoe dit Romeinse Antwerpen eruit zag, maar dat het meer was dan een gewoon dorp staat vast. Historici als Adriaan Verhulst situeren een Romeins kamp ter hoogte van Antwerpen. Romeinse brandrestengraven werden er gevonden nabij de Oudaan en nabij het Steen, hetgeen aantoont dat de nederzetting een bepaalde uitgestrektheid had. Muntvondsten uit de vierde en de vijfde eeuw tonen aan, dat dit Romeinse Antwerpen niet verdween na de klassieke Romeinse periode. Een recente verklaring van de naam Antwerpen toont aan dat de naam zelf mogelijk een Romaanse oorsprong kan hebben.

In de Romeinse periode zag de eigenlijke loop van de rivier er overigens anders uit dan nu en lag de bewoning tussen de verwilderde rivierarmen van de Schelde. De hoofdgeul van de Schelde stroomde toen vermoedelijk onder Zwijndrecht door, dus veel meer naar het westen. Pas in de 5e-6e eeuw groeiden de oude afwaartse beddingen van de Schijnriviertjes en de rivierarm voor Antwerpen uit tot hoofdarm, ten nadele van de geul voor Zwijndrecht, die geleidelijk dichtslibde.

circa 641

Rond 645 bezocht Eligius de Andouerpi, de Antwerpenaren, die links en rechts van de beneden-Schelde woonden.

De vroegste historische vermeldingen van Antwerpen, beginnend bij de bekeringspogingen van Amandus en Eligius omstreeks het midden van de 7e eeuw, wijzen op het bestaan van een nederzetting met een centrale functie. Eligius wilde de Antwerpenaren bekeren, waarbij hij vermoedelijk hun centrale nederzetting bezocht.

circa 650

Amandus zou op vraag van de Merovingische koning Dagobert een kerk hebben gesticht in dit moeilijk te interpreteren Antwerpen, en gewijd aan Sint-Pieter en Paulus. Belangrijk is, dat er een kerk gesticht werd, wat in die periode enkel gebeurde in centra van macht.

circa 695

Amandus zou op vraag van de Merovingische koning Dagobert een kerk hebben gesticht in dit moeilijk te interpreteren Antwerpen, en gewijd aan Sint-Pieter en Paulus. In de 7e eeuw viel de kerk in handen van adel (Rauchingus) uit de omgeving van de Pepinieden, het geslacht van Karel de Grote, die deze kerk rond 695 wegschonken aan Willibrordus ter ondersteuning van de bekering van het gebied dat nu Nederland is. Vermoedelijk gaat het om een kerk bij een centraal hof dat artisanale activiteiten, administratie en landbouw beheerde.

circa 700

De vroegmiddeleeuwse oorsprong van de stad levert al decennialang stof tot discussie, vaak vanuit het spanningsveld tussen de schaarste aan archeologische bronnen en de al even schaarse en omstreden geschreven bronnen. Niettemin staat de vroegmiddeleeuwse oorsprong van de latere handelsmetropool buiten kijf. De vroegste historische vermeldingen van Antwerpen, beginnend bij de bekeringspogingen van Amandus en Eligius omstreeks het midden van de 7e eeuw, wijzen op het bestaan van een nederzetting met een centrale functie.

Amandus zou op vraag van de Merovingische koning Dagobert een kerk hebben gesticht in dit moeilijk te interpreteren Antwerpen, en gewijd aan Sint-Pieter en Paulus. Vermoedelijk gaat het om een kerk bij een centraal hof dat artisanale activiteiten, administratie en landbouw beheerde. Het zou verkeerd zijn, om Antwerpen dan al als "stad" te bestempelen. In dit centrum sloeg men ook munt, in opdracht van de kroon. In die periode stond muntslag niet zozeer gelijk met het fabriceren van geld, maar wel met het vervaardigen van munten (tremissi) als gouden statussymbolen, waarmee de elite zich kon identificeren en verbinden met de hoogste wereldlijke en kerkelijke macht. In de 8e eeuw lijkt Antwerpen bijgevolg een centrum van elites, met een zekere graad van inkomsten.

De vondst van aardewerk uit de 6e, 7e, 8e en 9e eeuw in de omgeving van de Academie en de terreinen van de latere Sint-Michielsabdij toont aan, dat dit centrum een verspreide bewoning kende. Dit Antwerpen was via een veer over de Schijnmonding verbonden met Merksem, dat net als Wijnegem, Deurne, Wommelgem, Broechem, Hove, Edegem etc. al bestond in de Vroege Middeleeuwen en mogelijk een hof van een aristocratisch figuur of grootgrondbezitter was. Het veer kwam later in de handen van de Abdij van Lobbes.

De Annales Fuldenses vermelden, dat dit Antwerpen in 836 door de Noormannen wordt platgebrand.[6] Deze raid past in een reeks aanvallen, waarbij ook het Frankische garnizoen in de koninklijke villa op Walcheren werd verslagen en de Vikingen van Harald en Rorik de Schelde onder controle kregen, tot in het jaar 876.

Hoewel het toenmalige Antwerpen de facto onder gezag van de Vikingen stond, bleef het 9e eeuwse Antwerpen tot voor het recente onderzoek archeologisch moeilijk te duiden. Een specifiek probleem hierbij vormt de huidige afwezigheid van een Sint-Pieter- en Pauluskerk in Antwerpen. Die is mogelijk verloren gegaan tijdens de Vikingperiode of bevindt zich onder de latere Sint-Michielskerk van de gelijknamige abdij, die in de 11e eeuw de moederkerk van Antwerpen blijkt te zijn.

na 836

De historische bronnen bevestigen het bestaan van de vroege stad Antwerpen op het einde van de 9e eeuw, die als handelswijk of vicus wordt omschreven. Het is deze vroege stad die vermoedelijk rond 900 omwald wordt door middel van een halfcirkelvormige, aarden wal die aansloot op de Schelde.

circa 899

Het oude onderzoek van Vandewalle en het recente archeologische onderzoek nabij het Steen, onder leiding van de stadsarcheologen en wetenschappelijk ondersteund door de Vakgroep Kunstwetenschappen en Archeologie van de VUB, geeft waardevolle inzichten in dit Antwerpen van de 9e eeuw. Het bestond uit houten huizen die nauw bij elkaar lagen, langs houten stadsstraten. Dit Antwerpen was een vroege handelsstad en vertoonde overeenkomsten met Birka, Haithabu, Dorestad, York, Ipswich en andere. Importaardewerk, sporen van artisanaat (geweibewerking, metaalbewerking, enz.) vervolmaken het beeld. Mogelijk werden de inwoners begraven in de omgeving van de Koraalberg, vlak nabij de handelsstad, zoals de vondst van twee 9e-eeuwse graven op die plaats aantoont. De historische bronnen bevestigen het bestaan van de vroege stad Antwerpen op het einde van de 9e eeuw, die als handelswijk of vicus wordt omschreven.

Duidelijk is dat Antwerpen tussen 923 en 927 bij Oost-Francië wordt ingedeeld en dat het tegelijkertijd hoofdplaats is van de pagus Rien. De Schelde fungeert als grensrivier tussen West-Francië, (het latere Frankrijk) op de linkeroever en Oost-Francië (het latere Duitsland) op de rechteroever.

Door Keizer Otto I de Grote en zijn opvolgers wordt de versterking van Antwerpen verder omgevormd tot burcht, met een prestigieuze Walburgakapel en een indrukwekkende stenen muur die aangelegd wordt rond het jaar 1000. Dit lijkt te passen in de transformatie van de oude handelsstad tot machtscentrum. Deze verandering lijkt dan weer te kaderen binnen de grenspolitiek van de Ottoonse keizers, die in dezelfde periode ook Ename en Valenciennes uitbouwen tot grensversterkingen met een hoge status. Antwerpen maakte toen deel uit van het Markgraafschap Antwerpen.

In 1008 kreeg Antwerpen zijn eigen stadszegel.

na 1055

Na de versterkte burcht besloot men in de 12e eeuw om ook het dorp te voorzien van wallen. De watersingel is vandaag nog steeds terug te vinden op een plattegrond. Hij volgt de verdwenen Boterrui, de huidige Suikerrui, de Kaasrui, de Jezuïetenrui, de Minderbroedersrui, de Sint-Paulusstraat en de Holenvliet (nu de Koolvliet). Deze Ruienstad bleef ongewijzigd tot ca. 1200.

In 1104 versterkte keizer Hendrik V van Duitsland de Burcht.De muren worden verhoogd van 5 meter naar 12 meter en de dikte van de muren van 1,35 meter naar 2 meter.

Jan Appelmans en nadien zijn zoon Pieter Appelmans begonnen aan de bouw van een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, die duurde van 1352 tot 1521. Waarschijnlijk daarom kreeg Antwerpen stadsrechten. De noordelijke toren is tevens het belfort van de stad.

Door de uitvinding in 1398 van de donderbus werden er schietgaten in torens en muren van de Burcht aangebracht.

circa 1400

Omstreeks 1400 was Antwerpen nog een betrekkelijk kleine stad, met ongeveer 18.000 inwoners. In de 15e eeuw begon de stad zich snel te ontwikkelen tot één van Europa's grootste handelssteden. In 1500 telde de stad ongeveer 40.000 inwoners, omstreeks 1560 werd het aantal van 100.000 bereikt.

In 1402 werd de poort Guldenberg aangebracht in de Mattestraat. De Zak- en Mattestraat waren de eerste straten van het dorp Antverpia, ten tijde van de Noormannen.

De poorten van de Burcht als vesting in 1420 moesten 's avonds niet meer worden gesloten.

De poort Vleeshuis werd gekapt in de Zakstraat. De Zak- en Mattestraat waren de eerste straten van het dorp Antverpia, ten tijde van de Noormannen.

In 1481 luidde het einde van de Burcht als vesting. Het diende nu uitsluitend tot gevangenis en verhoorplaats; m.a.w. de folterkamer.

De Burchtgracht en de Palingbrug werden aan de stad Antwerpen verkocht.

circa 1500

Omstreeks 1400 was Antwerpen nog een betrekkelijk kleine stad, met ongeveer 18.000 inwoners. In de 15e eeuw begon de stad zich snel te ontwikkelen tot één van Europa's grootste handelssteden. In 1500 telde de stad ongeveer 40.000 inwoners, omstreeks 1560 werd het aantal van 100.000 bereikt.

Jan Appelmans en nadien zijn zoon Pieter Appelmans begonnen aan de bouw van een Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, die duurde van 1352 tot 1521. Waarschijnlijk daarom kreeg Antwerpen stadsrechten. De noordelijke toren is tevens het belfort van de stad.

Vanaf 1548 was Antwerpen niet langer de stapelmarkt voor Portugese specerijen en in 1564 verlieten de Engelse wolhandelaars de stad. Hierdoor raakte de stad in een recessie. De Tachtigjarige Oorlog versterkte de recessie van de stad.

Het einde van de Burcht als functie tot vesting, werd bekrachtigd door keizer Karel V in 1549.

In 1555 begon Christoffel Plantijn met de drukkerij Plantijn, die zelfs het monopolie voor uitgave van missalen en brevieren voor alle landen onder de Spaanse kroon verwierf.

circa 1560

Omstreeks 1400 was Antwerpen nog een betrekkelijk kleine stad, met ongeveer 18.000 inwoners. In de 15e eeuw begon de stad zich snel te ontwikkelen tot één van Europa's grootste handelssteden. In 1500 telde de stad ongeveer 40.000 inwoners, omstreeks 1560 werd het aantal van 100.000 bereikt.

Vanaf 1548 was Antwerpen niet langer de stapelmarkt voor Portugese specerijen en in 1564 verlieten de Engelse wolhandelaars de stad. Hierdoor raakte de stad in een recessie. De Tachtigjarige Oorlog versterkte de recessie van de stad.

Halverwege de 16e eeuw begon het calvinisme grote aanhang te krijgen in de stad. De stad werd na de beeldenstorm op 20 augustus 1566 het brandpunt van antikatholieke woelingen: de "Antwerpse beroerten". Duizenden roomsen ontvluchtten de stad, totdat prins Willem van Oranje er de rust kwam herstellen.

De troebelen van de opstand tegen Spanje hadden de stad grote schade berokkend. In 1576 werd de stad geplunderd door muitende Spaanse huursoldaten, die 8000 burgers vermoordden (Spaanse Furie).

De stad sloot zich vervolgens aan bij de Pacificatie van Gent en was na de inname van de Citadel van Antwerpen in 1577 gedurende de komende 9 jaar min of meer de hoofdstad van de anti-Spaanse opstand. Dit tijdperk staat bekend als de Antwerpse (calvinistische) Republiek.

Op 4 november 1576 werd Antwerpen geplunderd door de Spanjaarden tijdens de Spaanse Furie.

De stad sloot zich vervolgens aan bij de Pacificatie van Gent en was na de inname van de Citadel van Antwerpen in 1577 gedurende de komende 9 jaar min of meer de hoofdstad van de anti-Spaanse opstand. Dit tijdperk staat bekend als de Antwerpse (calvinistische) Republiek.

In 1579 begon men aan de herbouwing van de Werfpoort. Boven op de poort wordt Silvius Brabo geplaatst.

circa 1580

Bij een omstreeks 1580 door stadhouder Willem van Oranje georganiseerde godsdiensttelling bleek 33% van de bevolking aanhanger te zijn van het calvinisme, 17% van het lutheranisme en 50% van de Katholieke Kerk.

In juli 1584 werd de Schelde ondanks hevig verzet van de Antwerpenaren afgesloten van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën tijdens het beleg van 1584 tot 1585.

In 1585 werd Antwerpen door Farnese veroverd na een beleg dat meer dan een jaar had geduurd. Na die verovering is ongeveer de helft van de bevolking naar Holland vertrokken. Het bevolkingscijfer daalde tot 45.000. Hollandse en Zeeuwse schepen versperden de Scheldemonding en sloten de thans in Spaans bezit zijnde stad af van de overzeese handel.

In 1585 werd Antwerpen door Farnese veroverd na een beleg dat meer dan een jaar had geduurd. Na die verovering is ongeveer de helft van de bevolking naar Holland vertrokken. Het bevolkingscijfer daalde tot 45.000.

In 1792 werd Antwerpen veroverd door de Franse revolutionaire legers. Frankrijk opende de Schelde weer, maar de napoleontische oorlogen beperkten de handel, en Antwerpen werd onder Napoleon een oorlogshaven, een "Pistool gericht op het hart van Engeland".

Toen Antwerpen in 1830 met de Belgische Revolutie te maken kreeg, hield het Nederlandse leger onder leiding van baron Chassé de Citadel van Antwerpen bezet. Beide partijen bestookten elkaar met artillerie.

Het scheidingsverdrag tussen België en Nederland van 19 april 1839 gaf Nederland het recht een tol te heffen op de scheepvaart op de Schelde.

Op 12 mei 1863 tekenden België en Nederland een verdrag waarbij die heffing werd afgekocht. Dit gaf aanleiding tot de "Schelde vrij"-feesten in 1913, 1963 en 2013.

Citaten

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28