Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: De opkomst en ondergang van hertogdom Neder-Lotharingen (958-977)

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Uitgeverij: De Graafschap in de Middeleeuwen

Website: http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/joomla/index.php/adel/hertogdom/171-opkomst-en-ondergang-van-hertogdom-neder-lotharingen-1.html

Citaten

Frederik I van Bar wordt als hertog in Opper-Lotharingen aangesteld. Of Neder-Lotharingen van meet af aan ook een hertogdom is maar de vraag. Het kan best zijn dat geredeneerd wordt dat er slechts een hertogshoed is te verdelen en niet twee. Dat is aanleiding voor veel gedoe. In ieder geval komt het ambtsgebied Neder-Lotharingen in handen van Godfried I, op dat moment graaf van Keulengouw, Henegouwen en paltsgraaf van Lotharingen.

Godfried I van Neder-Lotharingen (II van Palts-Lotharingen) komt voort uit de huwelijkspolitiek tussen Matfriedingers rond de aanstelling van hertog Giselbert van Lotharingen, want Godfried I is een zoon van Godfried I van Palts-Lotharingen, onder andere graaf van Gulikgouw, en Irmintrud van Frankrijk. Godfried I is dus een kleinzoon van Gerhard I van Metzgouw en van Karel III van Frankrijk. Overigens is Godfried I's zuster Gerberga met Megingoz, voogd van Gelre, getrouwd.

De laatste hertog van Lotharingen, aartshertog Bruno, kent Godfried I goed, want deze is een leerling van hem. Ondanks de duistere regeling rond de hertogstitel komt Godfried I in 964 in de bronnen voor als 'dux', maar zonder ambtsgebied. Om in zijn nieuwe hertogdom meer status te krijgen wordt hij bekleed met de grafelijke macht in Henegouwen, het voormalige machtsbolwerk van de verdreven Reginaren. Het is goed mogelijk dat zijn huwelijk met Alpaidis hem via de vrouwelijke linie (magere) aanspraken geeft.

De eerste opdracht van Godfried I is de uitschakeling van Irmfried van Luihgouw. Hoe hij met zijn achterneef afrekent is onbekend, maar blijkbaar slaagt hij daar in.

Veel tijd om een hertogelijke dynastie te stichten is Godfried I niet vergund. Godfried I overlijdt al in 964 aan de pest, wanneer hij keizer Otto I op zijn kroningsreis naar Rome begeleidt. Hij laat zijn kinderen minderjarig achter, waardoor er plotseling een hertogelijke functie vacant is. Neder-Lotharingen gaat wederom onrustige tijden tegemoet, want naast de opvolgingsperikelen vinden de Reginaren dat hun verbanning lang genoeg heeft geduurd.

In Neder-Lotharingen wordt een neef van Godfried I, Richer, mogelijk graaf van Luikgouw, benoemd. [...] Veel tijd om in zijn functie te groeien krijgt Richer niet, want in 972 is hij waarschijnlijk al overleden. Nageslacht is van hem niet bekend.

In 976 vallen Reginar III en Lambert I 'met de baard' samen met de werkeloze Franse prins Karel, de jongste zoon van koning Lodewijk IV van Frankrijk, nogmaals Henegouwen binnen. Opnieuw worden zij verslagen.

[...] Karel heeft zich rond 976 verbonden aan de Reginaren en afstand genomen van Otto II. Hij heeft om deze tijd - om deze wisseling van kamp kracht bij te zetten - zich van zijn eerste vrouw laten scheiden en een dochter uit een zijtak van het belangrijke oost-frankische grafelijke huis van Vermandois tot vrouw gekozen. Met Reginar IV en Lambert I valt hij Bergen (Henegouwen) in.

In 977 komt het tot een verzoening tussen beide opstandige broers en Otto II. Reginar III wordt aangesteld als graaf in Henegouwen, al blijft de versterking Bergen (Mons) in Godfried van Verduns handen. Lambert I wordt graaf in Leuven, een voormalig goed van moeders kant.

In hetzelfde jaar erkent Otto II de rechten van de door Lothar III verbannen Karel. Hij stelt hem aan als hertog van Neder-Lotharingen. Op deze wijze hoopt Otto II de rust in Lotharingen te herstellen. Dat blijkt ijdele hoop te zijn.

Als compensatie voor het verlies van Henegouwen krijgt Godfried ('de Gevangene') het graafschap Verdun toegewezen, waarna hij zich volgens de nieuwe traditie zich naar zijn kasteel gaat noemen: Godfried van Verdun. Daarmee wordt de kiem gelegd van een illuster huis, maar voordat dit huis tot volle bloei komt dient eerst met de laatste karolingers worden afgerekend.

[...] Met Reginar IV en Lambert I valt hij Bergen (Henegouwen) in. Een jaar later wordt Karel door zijn broer Lothar III, koning van Frankrijk, verbannen, omdat hij leugens verspreid over de koningin. Op dat moment grijpt Otto II de kans aan om Karel weer aan hem te binden en biedt hem een mooie baan aan: hertog van Neder-Lotharingen.

Na het machtsvacuüm in Neder-Lotharingen vervult Karel in 977 de vacature voor hertog van Neder-Lotharingen. De nieuwe hertog is van twee kanten behept met keizerlijk bloed, want zijn vader is de Karolinger Lodewijk IV van Frankrijk en zijn moeder is Gerberga, dochter van koning Hendrik I 'de Vogelaar'. Karel 'erft' de hertogelijke rechten min of meer via zijn moeder, want zij is de weduwe van de illustere hertog Giselbert van Lotharingen.

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28