Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Website: Boekenlijsten van de kartuizerbibliotheken bij de opheffing van de kloosters door Jozef II

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Uitgeverij: Cartusiana

Website: http://www.cartusiana.org/node/1265

Citaten

Op 17 maart 1783 werd het edict uitgevaardigd waarbij keizer Jozef II van Oostenrijk, vorst der Zuidelijke Nederlanden, een honderdvijftig contemplatieve kloosters in onze gewesten afschafte, die onnutig waren voor de godsdienst en de maatschappij. Hij wilde in zijn gebieden alleen religieuzen die zich toelegden op studie en onderwijs, de zieken verzorgden en zich bezighielden met de zielzorg. De opheffing van de kloosters in 1783 werd voorafgegaan door een reeks decreten die hun vrije bestaan aan banden legden: zo regelde het decreet van 13 mei 1771 de zaak van de bruidsschat der vrouwelijke kloosterlingen; het decreet van 18 april 1772 bepaalde de leeftijd van de religieuze professie; de onafhankelijkheid van de religieuze orden ten overstaan van hun vreemde oversten werd op 28 november 1781 bekrachtigd; op 18 april 1782 werd een algemeen onderzoek bevolen om de staat van de roerende en onroerende goederen der religieuze instellingen, die de keizer beoogde te supprimeren, op te stellen.

Bij voornoemd edict werd tevens het Comité van de Religiekas opgericht dat op 26 maart 1783 in werking trad. Dit Comité stond in voor de organisatie van de afschaffing: het beheer van de goederen en inkomsten van de gesupprimeerde kloosters, de betaling der pensioenen van de ex-religieuzen, de financiële ondersteuning van hospitalen en parochies, het scheppen van begraafplaatsen.

Overzicht van de bewaarde bibliotheekinventarissen: 25bis. Antwerpen, Annonciaden - 26. Antwerpen, Arme Klaren - 27. Antwerpen, Predikheerinnen (Dominicanessen) - 28. Antwerpen, Regularissen van Sint-Augustinus (Facons) - 29. Antwerpen, Kartuizers - 29bis. Antwerpen, Norbertinessen - 30. Antwerpen, Regularissen van Sint-Augustinus (Sint-Jozef Nazareth) - 31. Antwerpen, Spaanse Karmelietessen of Teresianen - 32. Antwerpen, Leprozenhuis Ter Zieken - 33. Antwerpen, Clarissen-Urbanisten (Sint-Agnes)

Bij voornoemd edict werd tevens het Comité van de Religiekas opgericht dat op 26 maart 1783 in werking trad. Dit Comité stond in voor de organisatie van de afschaffing: het beheer van de goederen en inkomsten van de gesupprimeerde kloosters, de betaling der pensioenen van de ex-religieuzen, de financiële ondersteuning van hospitalen en parochies, het scheppen van begraafplaatsen. Teneinde een overzicht te bekomen van de kloosterbezittingen wenste men van elk klooster een inventaris op te stellen, onder meer in het bijzonder van de handschriften en drukken in hun bibliotheken. Deze beslissing werd door het Comité op 28 januari 1784 genomen. In de besluiten van deze zitting verneemt men dat de gedrukte werken in grote aantallen aanwezig waren, dat de bibliotheken van zusterkloosters voornamelijk devotieboekjes bevatten en dat er tussen de bibliotheken van de mannenkloosters geen vergelijking kon gemaakt worden.

De inventarissen moesten in catalogusvorm worden geredigeerd en de volgende componenten bevatten: het formaat van het boek, de naam van de auteur, het onderwerp van het boek, plaats en datum van uitgave, en de naam van de uitgever. Wat de getijden- en gebedenboeken betreft werden geen details vereist; een opgave van de kwantiteit volstond. De handschriften werden steeds in een afzonderlijke notitie opgetekend. De meeste inventarissen vernoemen de administrator, vermelden de datum van opstelling en van de verzending der inventarissen naar Brussel. In de meeste gevallen kwamen alle inventarissen klaar tussen februari en september 1784. Weinig inventarissen voldeden echter aan de gestelde eisen, omdat de administratoren niet vertrouwd waren met het catalogiseren van boeken. Ze riepen dan ook de hulp in van in het boekenvak bevoegde mensen zoals boekhandelaars. Alhoewel het niveau ongelijk was, geven de inventarissen een behoorlijk beeld van de geïnventariseerde kloosterbibliotheken.

Nadien kwamen de inventarissen terecht bij het Comité, of ook wel rechtstreeks bij J. Ermens, de belangrijkste veilinghouder te Brussel. Het Comité wenste immers zoveel mogelijk geld uit de bibliotheken te halen. Daartoe werden de boeken verdeeld in waardevolle en minder waardevolle. Ermens' taak bestond erin alle door de administratoren gemaakte inventarissen te overlopen en in de marge aan te stippen welke boeken belangrijk waren. Hier en daar vindt men zijn aanduidingen in de marge terug. Deze boeken werden op een afzonderlijke lijst, de zogenaamde A-lijst, genoteerd om in Brussel te worden geveild. Deze veilingen begonnen vanaf 1785 aan de hand van goed opgestelde en ruim verspreide catalogen. De overige minder betekenende boeken kwamen op een B-lijst en mochten door de administratoren ter plaatse in de verschillende steden worden verkocht al dan niet met een gedrukte catalogus.

Overzicht van de bewaarde bibliotheekinventarissen: 25bis. Antwerpen, Annonciaden - 26. Antwerpen, Arme Klaren - 27. Antwerpen, Predikheerinnen (Dominicanessen) - 28. Antwerpen, Regularissen van Sint-Augustinus (Facons) - 29. Antwerpen, Kartuizers - 29bis. Antwerpen, Norbertinessen - 30. Antwerpen, Regularissen van Sint-Augustinus (Sint-Jozef Nazareth) - 31. Antwerpen, Spaanse Karmelietessen of Teresianen - 32. Antwerpen, Leprozenhuis Ter Zieken - 33. Antwerpen, Clarissen-Urbanisten (Sint-Agnes)

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28