Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Brochure: Cholera in Antwerpen in de negentiende eeuw

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Auteur: Koen De Schrijver

Uitgeverij: Agentschap Zorg en Gezondheid

Website: https://www.zorg-en-gezondheid.be/sites/default/files/atoms/files/Cholera.19de.eeuw_2006_56_2_De.Schrijver.K..pdf

Citaten

Tussen 1832 en 1892 werd Antwerpen om de tien à vijftien jaar geconfronteerd met een belangrijke epidemie die telkens een paar duizend slachtoffers maakte en een tweetal jaren duurde. Antwerpen had alles mee om problemen te kunnen krijgen: een voldoende aantal bewoners, een haven, zeelui, steegjes, krotten, vervuild putwater, vieze grachten, primitieve groepstoiletten, afval, vervuiling, veel armoede, landverhuizers, honden, varkens, ratten en zeer primitief uitgebouwde gezondheidsvoorzieningen.

Dat gold zowel voor de curatieve als voor de preventieve voorzieningen. Tussen het begin van de negentiende eeuw en 1892 nam de stedelijke bevolking toe van 73.000 naar 185.000 inwoners. De stad kreunde onder de toevloed van personen die naar de stad trokken om werk te vinden. De industrialisatie draaide op volle toeren en er waren nog tal van kleine, sterk vervuilende fabrieken en werkplaatsen (huidbewerking, lijmfabrieken, vleeshandel en slachterijen). De haven floreerde en ondanks de blokkade van de Schelde was Antwerpen een belangrijke doorvoerhaven voor tal van goederentransporten en ook een inschepingplaats voor landverhuizers van Centraal- en Zuid -Europa. Er was één stedelijk ziekenhuis: het Sint Elisabethziekenhuis in de Gasthuisstraat. Verder een kinderziekenhuis; het Louise Marieziekenhuis en een militair ziekenhuis in Berchem dat tot tien jaar geleden nog in gebruik was.

In 1832 brak cholera voor het eerst uit op wereldschaal. Het was de eerste van de vijf epidemieën die telkens in de zomermaanden voorkwamen. In totaal waren er toen 1307 choleragevallen in Antwerpen waarvan 710 met een dodelijke afloop.

Tussen 1832 en 1892 werd Antwerpen om de tien à vijftien jaar geconfronteerd met een belangrijke epidemie die telkens een paar duizend slachtoffers maakte en een tweetal jaren duurde. Antwerpen had alles mee om problemen te kunnen krijgen: een voldoende aantal bewoners, een haven, zeelui, steegjes, krotten, vervuild putwater, vieze grachten, primitieve groepstoiletten, afval, vervuiling, veel armoede, landverhuizers, honden, varkens, ratten en zeer primitief uitgebouwde gezondheidsvoorzieningen.

In de tweede epidemie in 1848 telde men 3617 gevallen.

Tussen 1832 en 1892 werd Antwerpen om de tien à vijftien jaar geconfronteerd met een belangrijke epidemie die telkens een paar duizend slachtoffers maakte en een tweetal jaren duurde. Antwerpen had alles mee om problemen te kunnen krijgen: een voldoende aantal bewoners, een haven, zeelui, steegjes, krotten, vervuild putwater, vieze grachten, primitieve groepstoiletten, afval, vervuiling, veel armoede, landverhuizers, honden, varkens, ratten en zeer primitief uitgebouwde gezondheidsvoorzieningen.

Tussen 1832 en 1892 werd Antwerpen om de tien à vijftien jaar geconfronteerd met een belangrijke epidemie die telkens een paar duizend slachtoffers maakte en een tweetal jaren duurde. Antwerpen had alles mee om problemen te kunnen krijgen: een voldoende aantal bewoners, een haven, zeelui, steegjes, krotten, vervuild putwater, vieze grachten, primitieve groepstoiletten, afval, vervuiling, veel armoede, landverhuizers, honden, varkens, ratten en zeer primitief uitgebouwde gezondheidsvoorzieningen.

In 1866 was de epidemie op het hevigst. Men registreerde toen bijna vijfduizend gevallen waarvan drieduizend sterfgevallen. Kort nadat het schip de "Agnes" uit Bremen met landverhuizers de haven in voer, brak cholera uit in de stad.

Tussen 1832 en 1892 werd Antwerpen om de tien à vijftien jaar geconfronteerd met een belangrijke epidemie die telkens een paar duizend slachtoffers maakte en een tweetal jaren duurde. Antwerpen had alles mee om problemen te kunnen krijgen: een voldoende aantal bewoners, een haven, zeelui, steegjes, krotten, vervuild putwater, vieze grachten, primitieve groepstoiletten, afval, vervuiling, veel armoede, landverhuizers, honden, varkens, ratten en zeer primitief uitgebouwde gezondheidsvoorzieningen.

Uiteindelijk verdwenen de terugkerende epidemieën doordat de leefomstandigheden van de mensen verbeterden. Er werd kwaliteitsvol drinkwater voorzien door de oprichting van de Antwerpse waterwerken (Antwerp Water Work Cy Ltd) in 1880 en door het gebruik van zandfilters bij de behandeling van het oppervlaktewater dat aangevoerd werd via de Herentalse vaart. Ondertussen werd ook in 1892 het Stuivenbergziekenhuis gebouwd waarbij de opvang en isolatie van zieken centraal stond. Het belang van water als transmissiebron en de aanwezigheid van kiemen in water werden ten slotte hard gemaakt door de identificatie van de Vibrio cholerae in 1854 door Filippo Pacini en in 1883 door Robert Koch. Op die manier verdween de epidemische cholera uit onze contreien. Later deden zich enkel maar sporadische geïsoleerde importgevallen voor.

De laatste epidemie deed zich voor in 1892. Toen lag het met cholera besmette schip "St.-Paul" uit Le Havre aan de basis van de opstoot met 394 gevallen als gevolg.

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28