Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Boek: De palimpsest: geschiedschrijving in de Nederlanden, 1500-2000, Volume 2

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Auteur: Jo TollebeekL. H. M. WesselsTom Verschaffel

Uitgeverij: Uitgeverij Verloren

Website: https://books.google.be/books?id=smPJFpC4-P4C

Citaten

In de volkstaal Le Mire, van Brussel, afstammeling van een oude familie van burgers van Kamerijk. Zijn vader was de lakenhandelaar Aubert, zijn moeder Maria Ceulens. Hij werd geboren in het jaar 1560 op 6 januari.

Als jongeman wijdde hij zich te Leuven in de pedagogie van het Kasteel aan de aristotelische filosofie, maar omdat zijn studies daar in de war werden gestuurd door de onafgebroken oorlogsperikelen, trok hij zich in Douai terug en behaalde er in het jaar 1579 de tweede plaats in de promotie van de artes-faculteit. Opgeleid in de gewijde wetenschappen, werd hij in het jaar 1587 subregent in het Koninklijk College; daar onderrichtte hij de Griekse literatuur en de retorica. Het jaar daarop behaalde hij op 2 augustus de graad van licentiaat in de Theologie.

Weggeroepen uit Douai, weigerde hij het decanaat van Ronse, hem door de bisschop van Mechelen, Jean Hauchin, aangeboden. Bovendien weigerde hij ook een kanunnikaat te Namen en aanvaardde hij het pastoorschap van Sint-Jacob-op-de-Coudenberg te Brussel. Terwijl hij zich hier volledig wijdde aan het zieleheil van zijn parochianen, werd hij met een apostolisch schrijven van 28 augustus 1592 aangesteld tot kanunnik in de collegiale kerk van Sint-Goedele.

In 1602 vereerden de aartshertogen Albrecht en Isabella hem ook nog, geheel tegen zijn zin en zonder dat hij er enige ambitie voor koesterde, met de titel van bisschop van Antwerpen in een brief gedateerd te Gent in de maand juli; dit ambt was vacant gebleven sinds de vorige promotie van Willem van Bergen.

Intussen was zijn ambt in Rome bevestigd door Clemens VIII en werd hij in Antwerpen in de kathedraal met de mijter bekleed en met de pauselijke olie gezalfd op 30 mei, een dag die in 1604 viel op de zondag van de Heilige Drievuldigheid. De plechtigheid werd gecelebreerd door Mathias Hovius, aartsbisschop van Mechelen; deze werd geassisteerd door de bisschoppen Petrus Damant van Gent en François Buisseret van Namen, en ook door een bisschop van Ierland.

In eigen persoon heeft hij een bisschopppelijk seminarie, iets dat ook al door zijn voorgangers was overwogen, gesticht. Tijdens zijn leven heeft hij het begunstigd; bij zijn dood heeft hij het met financiële middelen bedacht. Als eerste president werd Laurentius Beyerlinck, licentiaat in de Theologie en kanunnik van de Antwerpse kathedraal, aangeduid.

Onder de verschillende zaken die hij tot welzijn van de Kerk heeft gepresteerd, verdient vooral de diocesane synode vermelding. De andere bisschoppen hadden weliswaar erg gehamerd op de wenselijkheid daarvan, maar ze was omwille van de turbulente oorlogsjaren nooit samengeroepen. Hij hield ze als eerste te Antwerpen in het jaar 1610 in de maand mei, nadat hij had deelgenomen aan het provinciaal concilie dat drie jaar had geduurd. De bijzonder heilzame decreten van deze synode liet hij op de persen van Plantijns drukkerij verschijnen, samen met een mooie redevoering die hij voorafgaand ten overstaan van de clerus had uitgesproken.