Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Boek: De oude Belgen: strijd, leven en traditie

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Auteur: Ugo Janssens

Uitgeverij: Van Halewyck

Website: https://books.google.be/books?isbn=9461312652

Citaten

De eerste spanningen tussen de Belgae en Caesar vertaalden zich tijdens de Gallische landdag die de veldheer voor het opslaan van zijn winterkwartieren in Amarobriva (Amiens) bijeenriep. Omdat de graanoogst door de extreme hitte van de afgelopen zomer mislukt was, spreidde de Romein tot groot ongenoegen van het merendeel der stamhoofden de winterkampen van zijn legioenen over meerdere Belgische staten. Een van de in Gallia Cisalpina gelichte legioenen en 5 cohorten rekruten met Titirius Sabinus en Lucius Cotta als bevelvoerders overwinterden tussen de Maas en de Rijn in het land van de Eburonen.

Niet alleen het ongenoegen omtrent de gedwongen graanleveringen werkte de nervositeit onder Romeinen en Belgen in de hand. Ook de moord op de populaire Dumnorix, koning van de Haeduërs en broer van Diviciacus, in opdracht van Julius Caesar, wekte bijkomende onvrede.

Volgens de Romeinse veldheer, de enige toenmalige bron met betrekking tot de revolte van de Eburonen, vielen de krijgers van Ambiorix en Catuvolcos een Romeins houthakkerskamp aan, twee weken nadat de legioenen hun winterbivak hadden opgeslagen. Dat vergrijp zag Caesar als een terreuractie in opdracht van de Trevieren, mogelijk als voorspel van een grootschalig oproer links en rechts van de Rijn.

Na hun succesvolle raid tegen de houthakkers maakten de Eburonen zich op voor een onverhoedse aanval op het legerkamp van Sabinus en Cotta (Atuatuca?). Hun furieuze stormlopen werden door het garnizoen afgeslagen. De Belgische ruiterij mislukte in haar poging de Romeinse cavaleristen van hun legerplaats af te snijden. Na deze onverwachte tegenslagen pleegden de Eburonen overleg. Zij beslisten hun tegenstanders tot onderhandelen over te halen. Een van de Romeinse bemiddelaars die Sabinus en Cotta afvaardigden, was Quintus Junius, die in opdracht van Caesar in het verleden meerdere malen met Ambiorix overlegde.

Na zijn zege overtuigde Ambiorix de Atuatuci mee op te trekken tegen het winterkamp van Cicero in het gebied van de Nervii. Ook de Grudiërs, de Nerviërs en andere Belgische stammen sloten zich bij de opstandelingen aan. Nog voor vluchtende legionairs Cicero op de hoogte hadden kunnen brengen van wat er in de nabijheid van Atuatuca was gebeurd, bestormden de Belgen de wallen en poorten van het winterkamp. Ondanks het verrassingselement sloegen de verdedigers de aanval af en verterkten zij de nog niet voltooide vesting met torens en borstweringen uit hout en vlechtwerk.

Het verraad van een Nervische edelman Vertico, die in de legerplaats verbleef, redde de Romeinen van de ondergang. Vertico stelde Cicero voor, een van zijn Gallische slaven als ijlbode naar het hoofdkwartier van Caesar te zenden, die weerom in Amarobriva (Amiens) resideerde. De list had succes. De slaaf bereikte zonder de argwaan van de wachtposten en de bevolking te wekken de hoofdstad van de Atrebaten, waar hij de Romeinse generaal de tijding overhandigde.

Het nieuws van de overwinning van Gaius Julius Caesar op het verbond van Nerviêrs, Atuatuci en Eburonen verspreidde zich snel. Toen Indutiomaros van de Romeinse zege hoorde, brak hij zijn belegering voor het winterkwartier van Labienus op en keerde hij terug naar het kerngebied van de Trevieren. Tijdens de aftocht werden de Treveri door de cavalerie van labienus achternagezeten met de opdracht Indutiomaros te doden. De Belgische hoofdman ontkwam niet aan het moordcommando, dat hem in een ondiepe rivierbedding insloot en onthoofdde.

Met de dood van Indutiomaros en het succes van Caesar werd het verzet dat sinds de overwinning van Ambiorix in Belgica en Gallië heropflakkerde, gebroken. Het verbond dat onder Indutiomaros tussen Trevieren, Carnuten, Senonen, Nerviërs, Atuatuci, Eburonen en andere stammen tot stand kwam, viel uit elkaar.

Voor Gaius Julius Caesar een strafexpeditie naar het gebied van de Eburonen ondernam om Sabinus en Cotta te wreken, trok hij eerst op tegen de belangrijkste medestanders van Ambiorix en Catuvolcos. Achtereenvolgens viel hij met een grote krijgsmacht de Nerviërs, de Menapiërs en de Germaanse stammen aan, die hulptroepen naar Indutiomaros hadden gestuurd. Het waren offensieven die niet tot een definitieve onderwerping of overwinning op deze volkeren leidden, maar hen wel veel materiële en lijflijke schade berokkenden.

Nadat het risico op nieuwe bondgenootschappen tussen de Eburonen en de hen omringende volksstammen was geweken, bereidde de proconsul zijn vergeldingstocht tegen het volk van Ambiorix en Catuvolcos voor. Julius Caesars wraakgevoelens waren grenzeloos. In tegenstelling tot vele campagnes die hij met slechts enkele gevechtseenheden aanvatte, zette de provinciegouverneur tussen 53 en 51 v.Chr. tien legioenen in om de Eburonen en hun land te vernietigen! Het was een inspanning buiten verhouding, vergeleken met de achte legioenen waarmee hij van 58 to 55 v.Chr. de opstandige Helveten, Germanen, Galliërs en Belgen bedwong!

In augustus van 53 v.Chr. trok Caesar aan het hoofd van drie legioenen het Ardense woud in om de Eburonen onverhoeds te overvallen. Caesars voorhoede bestond uit zijn voltallige ruiterij, onder leiding van Basilus. De Romeinse veldheer vorderde onzichtbaar voor de vijand doorheen het vijandige geboed, tot de verkenners van Basilus midden in het woud onverwacht op het verblijf van Ambiorix stuitten. Dankzij het felle verweer van enkele van zijn lijfwachten kon de Eburoonse hoofdman, ondanks de overmacht van de aanvallers, ontkomen. De daaropvolgende klopjacht van de cavaleristen en legionairs bleef zonder resultaat. Ambiorix was onvindbaar.

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28