Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Boek: In kringen van Kanunniken. Munsters en kapittels in het bisdom Utrecht

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Auteur: Kaj van Vliet

Uitgeverij:

Website: http://dare.uva.nl/document/2/24986

Citaten

circa 1148

Net als andere vroege norbertijner stichtingen moet de abdij van Middelburg oorspronkelijkk een dubbelklooster zijn geweest. Aan te nemen valt dat de vrouwelijke leden van het convent later in een afzonderlijk klooster zijn ondergebracht, het klooster Zoetendaal in de parochie van Serooskerke. Omstreeks 1248 zouden volgens N. Backmund ook de norbertinessen vanuit het in 1215 gestichte Heille bij Aardenburg hun intrekk in dit klooster hebben genomen. Heille op zijn beurt herbergde een deel van de zusters uit het Antwerpse Maria Magdalenaklooster, dat tussen 1148 en 1155 was ingerichtt als klooster voor de vrouwen uit de St.-Michielsabdij. De vrouwen die in 1215 niet naar Heille vertrokken maar in Antwerpen bleven, verhuisden in 1254 naar het nabijgelegen Zandvliet en eind dertiende eeuw naar St.-Catharinadal.

De paterniteit van Zoetendaal, dat wil zeggen het recht van confirmatie en installatie van de proost, waren in de late Middeleeuwen het gezamenlijk bezit van de abdijen van Middelburg en Antwerpen.

Onbekend is wanneer de zusters uit Middelburg naar Zoetendaal zijn verhuisd. Wellichtt heeft de ontwikkeling in Middelburg parallel gelopen aan die in Antwerpen en is het ook daar al omstreeks 1150 tot een splitsing gekomen. Antwerpen op haar beurt volgdee het voorbeeld van de moederabdij in Prémontré, waar in 1141 een scheiding was doorgevoerd.

Heille op zijn beurt herbergde een deel van de zusters uit het Antwerpse Maria Magdalenaklooster, dat tussen 1148 en 1155 was ingerichtt als klooster voor de vrouwen uit de St.-Michielsabdij. De vrouwen die in 1215 niet naar Heille vertrokken maar in Antwerpen bleven, verhuisden in 1254 naar het nabijgelegen Zandvliet en eind dertiende eeuw naar St.-Catharinadal.