Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Boek: Geschiedenis van het Nederlandsche volk. Deel 1

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Auteur: P.J. Blok

Uitgeverij: Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Website: http://www.dbnl.org/tekst/blok013gesc01_01/

Citaten

[Boek III - p.94] De hertogen van Lotharingen waren vóór Otto I, vóór het midden der 10de eeuw, zoo goed als onafhankelijk, in hun land minstens even machtig en even gezien als de Koning zelf. De krachtige koning Otto echter maakte hen, gelijk hij met andere stamhertogen in zijn rijk deed, weder tot ambtenaren des Konings, tot zijn vertegenwoordigers in het hertogdom, dat als het ware een provincie van het rijk werd en niet meer een soort van verbonden staat, wat alle duitsche hertogdommen omstreeks 900 dreigden te worden.

Hertog Godfried I is vasal des Konings. Hij behoort onder 's Konings eerste raadgevers. Hij neemt bij de kroning te Aken als hooggeplaatst dienaar des Konings, als grootwaardigheidsbekleeder des rijks, deel aan de plechtigheden. Hij is de opperrechter in zijn hertogdom, leidt daar de vergaderingen der grooten, zorgt voor de veiligheid van wegen en rivieren, voert het leger aan, treedt namens den Koning als beschermer van bisdommen en kloosters op.

De hertog van Lotharingen stond, evenals de andere hertogen des rijks aan het hoofd van alle graven in zijn hertogdom, maar schijnt feitelijk weinig macht over hen gehad te hebben. Het hertogelijk aanzien was voornamelijk gegrond op de persoonlijke macht van den hertog, op zijn bezit aan grond, op de graafschappen in zijn hertogdom, die hij zelf bestuurde, op de samenwerking met de geestelijkheid, in de eerste plaats met de bisschoppen, die, onder de opperleiding van de keulsche aartsbisschoppen sedert Bruno zeer in macht gestegen waren en door de saksische koningen zeer werden begunstigd.

Oost- en westfrankische legers betwistten elkander het bezit ervan: gelijk Lotharius in 978 met een leger keizer Otto II te Aken overviel, brandschatte tot weerwraak de Keizer in hetzelfde jaar geheel het westfrankische gebied tot voor de poorten van de hoofdstad Parijs. De strijd werd evenwel ten slotte ten voordeele van Oostfrancië beslist: Lotharingen bleef duitsch gebied, al behielden de fransche koningen door hunne familieverbintenis met de Henegouwers invloed in het hertogdom.

Oost- en westfrankische legers betwistten elkander het bezit ervan: gelijk Lotharius in 978 met een leger keizer Otto II te Aken overviel, brandschatte tot weerwraak de Keizer in hetzelfde jaar geheel het westfrankische gebied tot voor de poorten van de hoofdstad Parijs. De strijd werd evenwel ten slotte ten voordeele van Oostfrancië beslist: Lotharingen bleef duitsch gebied, al behielden de fransche koningen door hunne familieverbintenis met de Henegouwers invloed in het hertogdom.

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28