Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Boek: De geschiedenis der wereld: aan het volk verhaald

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte citaten uit deze bron. Om meer te weten te komen over de andere bronnen voor één gebeurtenis, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

Auteur: Adolf Streckfuss

Uitgeverij: Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Website: http://www.dbnl.org/tekst/stre032gesc01_01/

Citaten

Marcianus was een krachtig en bekwaam man, die zich schaamde over de smadelijke onderwerping, welke Theodosius aan de Hunnen betoond had. Hij weigerde langer, de opgelegde schatting te betalen en maakte zich gereed om een aanval van Attila met het zwaard te keeren. Doch Attila, in plaats van, gelijk men verwachten moest, het Oost-Romeinsche rijk aan te vallen, keerde zijne wapenen tegen het Westen. De redenen dezer daad worden door de geschiedschrijvers zeer verschillend opgegeven.

Volgens een der tot ons gekomene berichten, had Honoria, de zuster van Valentinianus III, Attila tot den oorlog tegen het West-Romeinsche rijk aangespoord. Honoria, die door hare moeder Placidia zeer streng behandeld werd, zond aan Attila, ten einde zich aan dien drukkenden dwang te onttrekken, een ring en bood den Hunnen-koning hare hand aan. Eerst na langen tijd nam Attila dit aanbod aan, en eischte hij van Valentinianus diens zuster ten huwelijk, alsmede een deel van het West-Romeinsche rijk als huwelijksgift. De keizer wees dien eisch zonder bedenken van de hand, en gaf hierdoor den koning der Hunnen aanleiding tot een oorlog, waartoe deze des te meer geneigd was, dewijl in dien zelfden tijd Genserik, koning der Vandalen, hem tot een gemeenschappelijken rooftocht tegen de West-Romeinsche provinciën uitnoodigde.

Genserik had vroeger met Theodorik, koning der West-Gothen, een verbond gesloten en dit door een huwelijk tusschen zijn zoon en de dochter van Theodorik bezegeld. Dit verbond was slechts van korten duur, Genserik zond zijne schoondochter, na haar ooren en neus te hebben laten afsnijden, naar haren vader terug. Voor deze handeling stond hem bloedige wraak te wachten, en daar Theodorik den Romeinschen keizer zeer licht tot een verbond zou kunnen overhalen, zocht Genserik zich door eene bondgenootschap met Attila tegen die beide vijanden te beveiligen.

Al weten wij niet, of bovenstaande redenen dan wel of de gloeiende eerzucht van Attila tot den oorlog tegen het West-Romeinsche rijk aanleiding gaven, zeker echter is het, dat de Hunnen-koning in Januari 451 met een geducht leger, dat uit meer dan 500,000 soldaten der Hunnen, Slaven, Sarmaten en Germanen was samengesteld, naar het Westen optrok. In Maart toog Attila over den Rijn naar Gallië, waar de volksstam der Bagauden, die altijd tot opstand geneigd was, zich grootendeels bij hem aansloot. De provinciën van noordelijk Gallië, tot aan de kust van den Atlantischen Oceaan, werden door de Hunnen vreeselijk geplunderd en verwoest. Slechts voor de stad Orleans, welke zich dapper verdedigde, stiet Attila gedurende eenigen tijd het hoofd. Hier was hij tot een langdurig beleg genoodzaakt.

Aëtius had intusschen rusteloos al zijne krachten ingespannen, om tegen het leger, dat Attila naar Gallië had gevoerd, eene gelijke macht over te stellen. Hij had den Germanen, die zich in Gallië hadden nedergezet, door vele roemrijke veldtochten zulk een ontzag als vijand ingeboezemd, dat zij thans, nu hij naar hun bondgenootschap dong, zich gaarne bij hem aansloten. Onder zijne aanvoering hoopten zij den gemeenschappelijken en geduchten vijand het hoofd te kunnen bieden. Ofschoon Attila noch bedreigingen noch beloften spaarde, om alle barbaarsche volksstammen tot zijne zijde over te halen slaagde hij hierin toch niet; de Germanen sloten zich voor het grootste deel bij de Romeinen aan. De West-Gothen, Franken, Saxers, Alanen en andere volksstammen werden de bondgenooten der Romeinen en voerden Aëtius hunne geoefende benden toe.

Bij Orleans behaalde Aëtius het eerste voordeel. Deze stad was met nieuwe wallen omringd en had zich op de krachtigste verdediging voorbereid. Het leger der Hunnen sloot haar niet alleen in, maar beproefde ook de bestorming, doch te vergeefs, want men weerde zich daar binnen dapper. Bij herhaling werd de storm afgeslagen, en een groot aantal Hunnen vulden met hunne lijken de grachten, zonder dat nog eenig voordeel was behaald. Wat de dapperheid der Hunnen niet vermocht, scheen intusschen de honger te zullen uitwerken. De inwoners, wien alle toevoer afgesneden was, kregen weldra gebrek aan levensmiddelen, en waarden eindelijk met bleek en hol gelaat over de muren rond. De krachten ontzonken den dapperen strijders, reeds begonnen zij van overgave te spreken, toen de christelijke bisschop mannen en vrouwen rondom zich verzamelde, en zich met hen op de knieën wierp, om de hulp van God af te smeeken. Het gebed zou verhoord worden, want juichend riepen de wachters van den toren naar beneden, dat zij in de verte stofwolken zagen opstijgen. Het was het leger, waarmede Aëtius en Thorismund, de dappere zoon van Theodorik, koning der West-Gothen, tot ontzet der stad kwamen aanrukken.

Attila achtte het niet geraden, voor Orleans den slag te wagen; het terrein scheen hem niet gunstig, want alleen in eene uitgestrekte vlakte kon hij zijne geduchte krijgsmacht geheel ontwikkelen en al het mogelijke voordeel trekken van zijne talrijke benden lichte ruiterij. De Catalaunische velden, bij Chdlons aan de Marne, boden zulk een slagveld aan; hier nam Attila eene gunstige stelling in, hier zou de geduchte en bloedige kamp om de wereldheerschappij volstreden worden. De Romeinen, Gothen, Alemanen en andere verbondene stammen hadden zich insgelijks vereenigd en namen tegenover het legerkamp van Attila hunne stellingen in.

[...] De West-Gothen hieven Thorismund op hunne bebloede schilden omhoog, en riepen hem tot koning uit. Zij eischten, dat men onverwijld een aanval op het leger der Hunnen zou wagen, doch Aëtius zag daarin te veel gevaar; naar zijne meening waren zoowel de gevolgen eener nederlaag als eener overwinning evenzeer te duchten! Werd hij geslagen, dan was Attila de meester der wereld, zegevierde hij daarentegen door de hulp van den jeugdigen en ondernemenden Thorismund, dan vreesde hij, dat deze den vriendschapsband verbreken en, in het bewustzijn zijner macht, zijne wapenen tegen de Romeinen keeren zou. Met gehuichelde welwillendheid en vriendschap ried hij derhalve Thorismund aan, zoo spoedig mogelijk terug te trekken, om zich eerst van de heerschappij over zijn eigen koninkrijk te verzekeren, opdat niet wellicht zijn broeder naar de koninklijke waardigheid dingen en daardoor aanleiding tot een hevigen burgeroorlog in het rijk der Gothen geven zou. Thorismund volgde den gegeven raad, de West-Gothen begaven zich weder naar hun vaderland en Aëtius trok terug.

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28