Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Bronnen: Overlijden van Willibrordus in Echternach

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte bronnen voor deze gebeurtenis. Om meer te weten te komen over de andere citaten uit één bron, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

07 november 739

Sint-Willibrordus overlijdt in de door hem gestichte abdij van Echternach. Hij maakt aan deze abdij een deel van zijn bezittingen over, waaronder de kerk in de burcht van Antwerpen, met een derde van de tol van de burcht, en ook de afhankelijkheden van die kerk: Bacwaldus, Winnelinchennon en Furgelarus.

Tags

Bronnen

Uitgeverij: Mercurius

Dan is er nog de derde tekst, het zogeheten testament van de H. Willibrordus, doch die in de grond een schenkingsakte is waardoor de heilige aan de abdij van Echternach een deel van zijn bezittingen overmaakt. Voor Antwerpen is alleen van belang de schenking van de kerk in de burcht, met een derde van de tol van de burcht, en ook de afhankelijkheden van die kerk: Bacwaldus, Winnelinchennon en Furgelarus. Het spreekt vanzelf dat er een flinke speurtocht is ondernomen om al die Merovingische plaatsnamen te kunnen terugvinden en situeren.

Voor Bacwalde dacht men eerst aan Boechout, later aan Weelde, tot nu ook aan Hilvarenbeek gedacht werd. Furgelarus werd met Rijkevorsel, voorheen Vorsele, vereenzelvigd. Voor Winlindechin werd eerst aan Wijnegem gedacht, later aan Wommelgem. Voor Sprusdare op de Huita (dat ook Hnita kan gelezen worden) ging men langs de Neteboorden zoeken en de keuze viel op Viersel.

Hoe kwam men nu tot die identifikaties? Etymologisch lijkt geen enkele verantwoord. Ook de archeologie biedt geen enkel gegeven. Dan maar de folklore onder de arm genomen, van alle hulpwetenschappen van de geschiedenis wel de allerzwakste. Al die dorpen bezaten immers ofwel een kerk waar de H. Willibrordus als patroon bekend stond, ofwel ergens een perceel land of een beek die naar de heilige genoemd was, ofwel een Willibrordusputje waar volgens de traditie de heilige zou gedoopt hebben. Allemaal betrekkelijk jonge relicten waaraan men een zeker belang niet kan ontzeggen, maar die uiteindelijk toch geen overtuigende geschiedkundige bronnen zijn.

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28