Bronnen van de Antwerpse geschiedenis

Bronnen: Eerste stadsvergroting

Hieronder staat het overzicht van alle gebruikte bronnen voor deze gebeurtenis. Om meer te weten te komen over de andere citaten uit één bron, kan je op de naam naast het blauwe icoon klikken.

circa 1200

Vanaf de inham van de Sint-Jansvliet wordt de depressie ten zuiden van de Hoogstraat doorgegraven rond de kerkelijke immuniteitsgronden, om via de Meir en de Korte Nieuwstraat aan te sluiten op de ruiendriehoek. Samen met de bestaande Minderbroedersrui en Koolvliet omsluiten de nieuwe Steenhouwersvest, Lombardenvest en Sint-Katelijnevest een nu halvemaanvormig gebied van bijna veertig hectare. Door ruimtetekort intra muros ontwikkellen zich al heel snel twee buitenwijken: het Kipdorp en het Klapdorp.

Tags

Bronnen

De twaalfde-eeuwse ontwikkeling buiten de ruiendriehoek maakte de nederzetting en dan vooral de immuniteitsgronden met de parochiekerk bijzonder kwetsbaar. Toen na 1190 de politieke spanningen opliepen omdat de Duitse keizer de territoriale ambities van hertog Hendrik I van Brabant wilde beknotten, werd beslist om Antwerpen andermaal te versterken. Ook nu bepaalden vooral geologische krijtlijnen het traject van de nieuwe omwalling.

Omstreeks 1200 werd vanaf de inham van de Sint-Jansvliet de depressie ten zuiden van de Hoogstraat doorgegraven tot voorbij de kerkelijke immuniteitsgronden, waarna men afboog naar het noorden om via de westelijke oever van de laaggelegen "Meere" of Meir en de oostflank van de hoogte bij de Korte Nieuwstraat aan te sluiten op de oostpunt van de ruiendriehoek. De Steenhouwersvest, Lombardenvest en Sint-Katelijnevest werden daarmee een feit. Samen met de bestaande Minderbroedersrui en Koolvliet omsloten de nieuwe vesten een nu halvemaanvormig gebied van bijna veertig hectare.

De nederzetting was ditmaal niet alleen beschermd door een natte gracht, maar ook door een aarden wal en door stenen poorten aan zes uitvalswegen. Een wal leek men niet te hebben voorzien op het reeds bestaande noordelijke deel van de singelgracht tussen de Schelde en de Koepoort. Op die plek boden de waterzieke veeweiden in een zuidelijke uitloper van de Schijnvallei blijkbaar afdoende bescherming. Algemeen wordt de verdubbeling van het Antwerpse grondgebied rond 1200 beschouwd als de eerste van vier middeleeuwse "stadsvergrotingen".

De lokale bodemgesteldheid mag de vergroting van 1200 dan wel sterk bepaald hebben, de uitbreiding was in de eerste plaats gericht op de incorporatie van de parochiekerk en de kerkelijke vrijheid. Omdat op de uitgestrekte immuniteitsgronden aanvankelijk een verbod op privébebouwing gold, konden nieuwe woningen binnen de wallen er - behalve door fragmentatie van de bestaande gebouwen en percelen - slechts komen door het overblijvende open terrein rond de Hoogstraat en op de hoogte van de Korte Nieuwstraat in te palmen. Door ruimtetekort intra muros ontwikkelden zich al kort na de eerste vergroting twee buitenwijken: het Kipdorp op de zandrug in het verlengde van de ruiendriehoek, en het Klapdorp op de gekromde noordelijke flank van diezelfde zandrug nabij de gemeenschappelijke weidegronden, de Dries. Waarschijnlijk waren deze hoger gelegen gehuchten, net als de woonkern rond de Hoogstraat, reeds in een embryonaal stadium buiten de oude ruiengordel aanwezig.

Een eerste vergroting - 1206-1216 - omsloot het inmiddels ontstane kwartier rond de Onze-Lieve-Vrouwekerk: Sint-Jansvliet, Steenhouwersvest, Lombardenvest, Wiegstraat (vroegere Ramshoofdvest) en Sint-Katelijnevest. De poorten aangebracht in de nieuwe omwalling waren: Sint-Jans-, Kammer-, Meir-, Katelijne-, Wijngaard- en Koepoort. De totale oppervlakte besloeg thans 31 ha 50 a.

Uitgeverij: Mercurius

Binnen die Karolingische burcht bevond zich een straatvormig gegroepeerde nederzetting. Langs tenminste één straat, noord-zuid gericht, waarvan een deel later de Mattestraat zal heten, vond men sporen van oude bewoning, en wel drie boven elkaar liggende woonvlakken. [...] Het onderste, dus oudste, woonvlak vertoont gebouwen uit dezelfde tijd als de eerste aarden omheiningswal. Dit staat vast door de aanwezigheid van hetzelfde typische oud Pingsdorfaardewerk. [...] De tweede bouwperiode moet gesitueerd worden omstreeks het jaar 1000, wegens het vinden van jongere vormen van Pingsdorfkeramiek, van gelijke aard als die welke tijdens opgravingen in het castrum van Ename werden bovengehaald. [...] Een derde woonvlak, gelegen onmiddellijk onder het huidige straatniveau, bracht keramiek van de jongste Pingsdorfsoort aan het licht en kan dus gedateerd worden vóór circa 1200. Deze bovenste woonlaag is zeker ouder dan de twaalfde eeuw, aangezien ze op vele plaatsen doorsneden werd door de stenen fundaties van het Romaanse koor van de Sint-Walburgiskerk.

De economisch gunstige conjunctuur weerspiegelde zich onmiskenbaar in de groei van de stad. Tussen 1201 en 1216 (?) werd het nieuwe stadskwartier dat in de twaalfde eeuw rond de Onze-Lieve-Vrouwekerk was gegroeid met een vestenlijn omwald; een uitdrukkelijke vermelding van een stenen muur vinden we niet. De vesten vormden een watersingel met aan de binnenzijde een aarden wal; ze liepen van de Sint-Jansvliet, langs Steenhouwersvest, Lombardenvest en Wiegstraat (de vroegere Ramshoofdvest), naar de Sint-Katelijnevest. Hier sloten de vesten aan bij de ruien. Zo besloeg de stad een oppervlakte van 40 hectare.

Rond diezelfde tijd werd het Steen gebouwd en heel de burcht met een stenen muur omgeven. Deze muur, waarvan nog overblijfselen zichtbaar zijn in Vleeshuisstraat en Zakstraat (het huis Zakstraat nummer 6 is gedeeltelijk tegen en in de muur gebouwd), werd opgetrokken uit Doornikse kalksteen; aan de basis waren de muren gemiddeld 1,35 meter dik; ze werden aangezet 5,70 meter onder het huidige straatniveau. Volgens Professor Rasse zouden ze van grondslag tot tinne circa 12 meter hoog geweest zijn en voorzien van een tiental torens; oorspronkelijk was er slechts één enkele toegang, namelijk langs de stroomzijde, de latere Wedpoort. Een zeer nauwkeurig grondplan van de burcht, getekend door Truyman, berust op het Stadsarchief van Antwerpen.

In de nieuwe stadsomwalling werden vijf poorten aangebracht: de Sint-Jans-, Kammer-, Meir-, Wijngaard- en Koepoort. De Sint-Katelijnepoort is recenter.

Het nieuwe stadskwartier dat zich in de loop van de 12de eeuw ontwikkelde rond de O.L.V.-kerk zou begin 13de eeuw omwald worden met een vestenlijn (oppervlakte 40 ha).

© nizrab .::. laatste update 2017-06-28